HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
Onderzoek leenrechtgelden moet vier hoofdvragen beantwoorden
Wim Keizer
05-08-2016
Het in februari aangekondigde onderzoek naar de afdracht van leenrechtgelden wordt in opdracht van het ministerie van OCW uitgevoerd door Ecorys, in samenwerking met het Instituut voor Informatierecht (IViR).  
Onderzoek leenrechtgelden moet vier hoofdvragen beantwoorden
De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door klachten van de Vereniging van Letterkundigen (VvL) en de Stichting Leenrecht over de daling van de leenrechtopbrengsten. Deze zou niet alleen te verklaren zijn uit de officieel geregistreerde daling van het aantal uitleningen van openbare bibliotheken, maar ook door het vermoeden dat niet alle uitleningen van nieuwe typen bibliotheken geregistreerd worden. Daarbij wordt vooral gewezen op de opkomst van schoolbibliotheken via het programma de Bibliotheek op school (dBos). Hierin speelt een rol dat uitleningen die onder verantwoordelijkheid van de school vallen niet onder het leenrecht vallen en uitleningen die onder verantwoordelijkheid van de bibliotheek vallen wel. Een marktverkenning (pdf) van de Stichting Leenrecht kwam door middel van een schatting tot 20 miljoen uitleningen via dBos, waarvan een onbekend deel niet terug te vinden zou zijn in de CBS-cijfers

Vragen
De door OCW gemaakte onderzoeksopzet (pdf), tevens offerteaanvraag, zegt dat het onderzoeksrapport in ieder geval antwoord moet geven op de volgende vier hoofdvragen (met nevenvragen):
1. Hoeveel bedraagt de daling in de afdracht van leengelden door bibliotheken in de afgelopen 10 jaar? (Indien relevant per genre.) Waardoor wordt dit veroorzaakt? Kunnen de ontwikkelingen in het landschap, zoals het sluiten van vestigingen en het starten van andere en nieuwe(re) bibliotheekvormen (zoals dBos, de komst van alternatieve leenlocaties en vrijwilligersorganisaties), de ontwikkeling in leenvergoedingen verklaren? Zo ja, welk deel?
2. Is er sprake van vergoedingsplichtig uitlenen bij nieuwe(re) bibliotheekvormen? Wie zijn betrokken bij die nieuwe vergoedingsplichtige uitleningen? Hoeveel uitleningen vinden er plaats bij deze nieuwe(re) bibliotheekvormen en hoeveel daarvan zijn er vergoedingsplichtig? 
3. Is bij scholen, bibliotheken en andere betrokkenen bij nieuwe(re) bibliotheekvormen bekend wanneer er sprake is van een vergoedingsplichtige uitlening?
4. Wat zijn de financiële gevolgen van de afdracht van leengelden voor de inkomsten van rechthebbenden ? (Onderverdelen indien relevant, bijvoorbeeld naar genre).

Balans
De onderzoeksopzet zegt dat de minister van OCW het belangrijk vindt dat er een goede balans is tussen de belangen van rechthebbenden en het belang van het algemeen publiek. ‘Het ministerie wil daarom laten onderzoeken waar de gesignaleerde daling van de afdracht van leengelden door bibliotheken precies door veroorzaakt wordt en welke effecten dat heeft op de inkomsten van makers. Omdat wordt verondersteld dat de daling voor een groot deel de makers van kinderboeken treft, wordt de onderzoekers gevraagd hier in het onderzoek speciale aandacht aan te besteden.’

Begeleidingscommissie
Zoals ook was aangekondigd, is er voor het onderzoek een begeleidingscommissie gevormd. De onderzoeksopzet meldt dat deze bestaat uit Arjen Polman (manager Stichting Leenrecht), Anne Rube (directeur ProBiblio, afgevaardigd door de Vereniging van Openbare Bibliotheken), Janne Rijkers (beleidsmedewerker Vereniging Schrijvers en Vertalers, afdeling VvL), Anne Marie Terhorst (wetgevingsjurist ministerie Veiligheid en Justitie), Aad van Tongeren (coördinerend beleidsmedewerker Informatie- en Bibliotheekbeleid, I&B, bij OCW), Amanda van Rij (beleidsmedewerker I&B) en Carin Dankier (ook beleidsmedewerker I&B).

Hoewel in het voorjaar juni werd genoemd als mogelijke maand van oplevering van het onderzoek, is het nu nog niet bekend wanneer het klaar zal zijn. In maart zei Carin Dankier van OCW: ‘Ik verwacht inderdaad dat het onderzoek in juni afgerond kan zijn, maar daar moet ik een slag om de arm bij houden. Het zal afhangen van de tijd die de onderzoeksbureaus zeggen nodig te hebben, en in dit onderzoek is de kwaliteit belangrijker dan het precieze moment van oplevering.’

Bibliotheekblad.nl schreef eerder over de kwestie van de dalende leenrechtopbrengsten op 5 december 2013, 19 februari 2015, 8 februari 2016, 10 maart 2016 , 17 maart 2016 (gastblog) en 17 maart 2016 (interview). 

Tekst: Wim Keizer
Infographic
Marktverkenning Leenrechtstelsel na 25 jaar onder de loep: Stichting Leenrecht


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Peiling

Een discussie over inzet van vrijwilligers wordt niet gevoerd, maar is wel nodig
Eens
Oneens
Jouke Bethlehem (Bibliotheken Noord Fryslân) merkt op dat er nauwelijks enige discussie gevoerd wordt over de inzet van...
Lees meer en geef uw mening