HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
Uitleencijfers ‘de Bibliotheek op School’ verschillen enorm; aanbesteding OCW-onderzoek
Wim Keizer
10-03-2016
Het blijkt dat er zeer uiteenlopende cijfers circuleren over het aantal uitleningen van scholen die meedoen aan de Bibliotheek op school, nog los van de vraag of die uitleningen de verantwoordelijkheid van de school zijn (waarmee ze vrijgesteld zijn van leenrecht) of de verantwoordelijkheid van de bibliotheek (waardoor er wel een leenrechtvergoeding moet worden afgedragen). 
Het tijdens de op 5 februari gehouden bijeenkomst van de Vereniging van Letterkundigen (VvL) aangekondigde OCW-onderzoek naar de ontwikkelingen van het aantal uitleningen in relatie tot de leenrechtvergoedingen is qua opzet in concept gereed. ‘Als de onderzoeksopzet klaar is, wordt het onderzoek aanbesteed. Er komt een begeleidingscommissie waarin alle belanghebbenden vertegenwoordigd zijn: bibliotheken, auteurs, uitgevers. Mijn collega Carin Dankier heeft het onderzoek in haar portefeuille.’

Dat zegt Aad van Tongeren, beleidsambtenaar van OCW, op de vraag wanneer het onderzoek gehouden zal worden. In het onderzoek zal ook gekeken worden naar ‘de Bibliotheek op School’ (dBos). De Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) wees 10 februari 2015 op het onderscheid tussen uitleningen die onder verantwoordelijkheid van de school vallen en uitleningen die onder verantwoordelijkheid van de bibliotheek vallen, naar aanleiding van klachten van de Stichting Leenrecht en de VvL. Al eerder, in december 2013, waren er klachten van kinderboekenschrijvers over een geconstateerde verschuiving van uitleningen van bibliotheken naar scholen.

20 miljoen of 1,8 miljoen? 
In de tijdens de VvL-bijeenkomst gepresenteerde marktverkenning (pdf) van de Stichting Leenrecht wordt (op pagina 22) gesproken over 20 miljoen uitleningen in het kader van dBos. In een voorbeeldrapportage najaar 2014 (pdf) van dBos worden echter slechts 1.781.190 (een kleine 1,8 miljoen) uitleningen op 1001 scholen genoemd (pag. 9/10).
Hoe zijn deze grote verschillen te verklaren?
Desgevraagd meldt de Stichting Leenrecht wat de onderbouwing is van de genoemde 20 miljoen uitleningen. Dat aantal werd ook vermeld in een artikel 'Houd de boekendief 'van kinderboekenschrijver Rian Visser op de NRC-site (op de opiniepagina van de papieren NRC van 25 februari ‘Stop de boekendief’ geheten). Dit artikel, dat overigens grotendeels ging over illegale e-books en het geringe besef van het belang van auteursrecht, leidde tot verschillende reacties op sociale media. Adriaan Langendonk, programmacoördinator van Kunst van Lezen (waar dBos onder valt), meldt dat de cijfers uit de voorbeeldrapportage (1,8 miljoen boeken op 1001 scholen) niet kloppen. Hij zegt: ‘Er waren over de meting 2014/2015 1.657.500 uitleningen op de 548 scholen die de uitleencijfers binnen de “Monitor de Bibliotheek op school” hebben ingevuld. Dat is een gemiddelde van 3025 uitleningen per school per jaar (van november tot november).’ Hij gaat nog na hoe die kleine 1,8 miljoen erin gekomen is.

40 tot 50 uitleningen of 14?
Stichting Leenrecht meldt aan de 20 miljoen uitleningen gekomen te zijn door uit te gaan van 30% deelname van scholen aan dBos in 2013, wat neerkomt op 2000 tot 2500 scholen. Die zouden, gegeven een gemiddeld aantal leerlingen van ca. 220, ongeveer 450.000 leerlingen hebben. Volgens door Leenrecht geraadpleegde onderzoeken van Gfk-Intomart en The Choice lenen kinderen gemiddeld per jaar 40 tot 50 boeken. 450.000 x 40 komt uit op 18 miljoen, 450.000 x 50 komt uit op 22,5 miljoen. Gemiddeld 20 miljoen.

Langendonk zegt echter op basis van de gegevens waarover hij kan beschikken dat het gemiddelde aantal uitleningen per jaar per leerling 14 is in plaats van 40 tot 50.

Meer inzicht?
Op de vraag of hij meer actueel inzicht kan geven in de registratie van uitleningen door bibliotheken die meedoen aan dBos, antwoordt Langendonk dat de enige betrouwbare cijfers die hij kan melden afkomstig zijn van bibliotheken die de “Monitor de Bibliotheek op school ‘ invullen. En dan nog specifiek als er een leesconsulent is die de geregistreerde uitleningen vermeldt. Hij zegt erbij dat Kunst van Lezen/de Bibliotheek op school al sinds 2012 vertelt dat over de uitleningen van boeken die uitgeleend worden onder verantwoordelijkheid van de bibliotheek een leenrechtvergoeding moet worden afgedragen (pdf).

Langendonk meldt dat momenteel (per 1 maart 2016) 2870 scholen meedoen aan de Bibliotheek op school. Dat is 43,8% van het totaal aantal reguliere basisscholen dat eind 2014 in Nederland gevestigd is (6549).

Uitleencijfers van 800 scholen
Langendonk: ‘Dataverzamelaar Desan, die de "Monitor de Bibliotheek op school" uitvoert voor Kunst van Lezen, meldt dat er over de laatste vier jaar gemiddeld per deelnemende school (waarvan de leesconsulent de uitleningenvraag heeft ingevuld) 3108 uitleningen per jaar plaatsvinden. Op een gemiddeld leerlingenaantal van 222 zijn dat 14 uitleningen per leerling per jaar. De Monitormeting 2015/2016 is recent afgerond, in de komende maanden worden de rapportages verspreid en komt er zicht op landelijke gemiddelden. Uit het eerste voorlopige overzicht blijkt dat de monitor betrekking heeft op 1300 van de 2870 scholen met de Bibliotheek op school’.

Langendonk vertelt erbij dat van die 1300 slechts voor 800 scholen de uitleencijfers zijn ingevuld. Hij weet nog niet waarom het voor andere 500 niet gedaan is. Hij weet ook nog niet of de cijfers van de 800 scholen die wel uitleningen vermelden schattingen zijn of via een uitleensysteem geregistreerd worden. Dat zal nader uitgezocht worden. Op dit moment zijn hem geen andere cijfers bekend dan van de 800 scholen die leesmotivatie hoog in het vaandel hebben staan. Daarom is Langendonk, zo zegt hij, ook voorstander van het onderzoek dat door OCW geëntameerd wordt. Daarin zouden cijfers geverifieerd moeten worden.

Mee naar huis
Hij vindt ook dat voor leenrecht alleen uitleningen in aanmerking zouden moeten komen waarbij de kinderen de boeken (geregistreerd) mee naar huis nemen omdat alleen deze uitleningen vergelijkbaar zijn met het uitlenen van boeken in vestigingen. ‘Boeken die alleen in de school zelf worden gebruikt zijn de facto geen echte uitleningen,’ aldus Langendonk, die verder zegt: ‘Hoewel Kunst van Lezen een voorstander is van het betrouwbaar registreren van bibliotheekuitleningen op scholen die mee naar huis mogen, zou het systeem niet administratief belastend moeten zijn voor bibliotheken en scholen. Na het onderzoek van OCW zou bekeken moeten worden hoe de kwestie rond het leenrecht rond bibliotheekuitleningen op scholen opgelost kan worden tot tevredenheid van betrokken partijen. Hierbij is het belangrijk dat kinderen ruim toegang tot kwalitatief goede boeken moeten hebben waarbij tegelijkertijd de auteur tegemoet gekomen wordt met een billijke vergoeding voor zijn werk. Daarvoor zal wel de Auteurswet aangepast moeten worden.’

Schoolbibliotheken voor verschijnen dBos
Wat schoolbibliotheken betreft die niet onder de verantwoordelijkheid van een bibliotheek maar van de desbetreffende school vallen (en vrijgesteld zijn van leenrecht) zegt Langendonk dat die uiteraard al jarenlang uitleningen aan leerlingen hebben verricht, maar dat daar bij zijn weten geen registraties van zijn. Om hoeveel uitleningen het in het verleden ging voordat gestart werd met de Bibliotheek op school is volgens hem niet te reconstrueren.

Uitleensystemen scholen
In een publicatie van Kunst van Lezen over dBos (pdf) uit 2012 staat o.a. (pagina 16) te lezen: ‘Het is niet overal gelukt om scholen te overtuigen om een uitleensysteem te installeren. Vooral kleinere scholen vinden het erg veel gedoe om met een uitleensysteem te werken. De technische problemen waarvan in de verslagen veelvuldig gewag wordt gemaakt doen daar natuurlijk geen goed aan. Deze technische problemen zijn vaak niet of lastig oplosbaar. Voor een deel kan dit te maken hebben met de gedateerdheid van het systeem, hetgeen in de nieuwe release zal zijn opgelost. Maar dan kunnen weer problemen ontstaan met de oudere systemen op de scholen. Dit verdient zeker aandacht.
Het verzamelen van uitleencijfers in de school is niet overal eenduidig uitgevoerd, waardoor de verkregen cijfers onvoldoende beeld geven van wat kinderen lenen en lezen. Scholen hebben hierbij meer ondersteuning nodig vanuit de bibliotheek. Het verdient dan ook aanbeveling om bibliotheekmedewerkers (nog) beter te scholen in het gebruik en de provinciale helpdesks de probleemoplossingen te laten delen.’

Op de vraag aan Adriaan Langendonk of hij weet hoe dit nu, anno 2106, zit antwoordt hij dat dit nader moet worden uitgezocht. Volgens hem zijn er vier schoolsystemen waaronder als twee grootste Schoolwise van HKA en V@school van Infor.

‘Helft gebruikt Schoolwise’
 
In zijn reactie op een blog van Mark Deckers, strategisch adviseur bij Rijnbrink, waarin Deckers cijfers en conclusies uit de Marktverkenning van Leenrecht betwijfelt, zegt Frans Bergfeld, directeur van Bibliotheek Waterland: ‘Bibliotheek Waterland werkt samen met alle basisscholen binnen het verzorgingsgebied. Ongeveer de helft van deze scholen gebruikt Schoolwise o.a. om de uitleningen van hun eigen mediatheek te registreren. Waar dit gaat om uitleningen via een collectie die door de school aangeschaft is en alleen voor de leerlingen van die school bestemd is vallen deze uitleningen onder de vrijstelling van leenrecht. Zoals jij terecht schrijft zal je als je dit wilt wijzigen dat via de wetgever moeten doen. De vraag is ook wie er dan leenrecht gaat betalen, de school (eigenaar van de collectie) of de bibliotheek (mij is niet duidelijk waarom de bibliotheek hier leenrecht voor zou moeten afdragen) Tot slot zijn er dBos'sen waarbij de bibliotheek de collectie aanschaft en onderhoudt. Deze collectie is dan ook beschikbaar voor andere kinderen uit de wijk. Deze laatste categorie tellen we mee in onze uitleencijfers (het zijn immers uitleningen gerealiseerd met collectie van de bibliotheek) en hier dragen we ook leenrecht voor af. In mijn optiek geheel terecht, het zijn uitleningen gerealiseerd met een collectie van de openbare bibliotheek, en natuurlijk wil ik dan ook dat auteurs (rechthebbenden) krijgen waar ze recht op hebben.’

Karmac en leenrecht 
Het boekje Het Kwartje van Nuis (pdf), dat de Stichting Leenrecht liet verschijnen over de geschiedenis van het leenrecht, zegt (pagina 90) dat commerciële bibliotheken voorlopig een leenrechtvergoeding betalen, als ze ‘uitlenen in de zin der wet, dus zonder economisch voordeel en in openbare toegankelijkheid’.

Arjen Polman, manager Stichting Leenrecht, antwoordt op de vraag of de Karmac-bibliotheken leenrecht afdragen: ‘Ja, dat doen ze. Ze droegen al leenrecht af in de tijd dat ze alleen met bibliobussen rondreden. Toen ze begonnen in Waterland hebben we de situatie opnieuw beoordeeld, en heeft Stichting Leenrecht gesteld dat het ging om “niet-commerciële activiteiten door een commerciële partij”, en dus mochten ze gebruik maken van het leenrecht om de boeken te exploiteren. Het alternatief was dat ze als commerciële partij toestemming moesten vragen bij uitgevers voor verhuur, en dat wilden ze natuurlijk per se voorkomen. De VOB kon zich overigens vinden in het oordeel van Leenrecht: zolang Karmac maar wel gewoon betaalde. Misschien in dit geval een werkbare oplossing, maar voor de lange termijn geen prettig uitgangspunt.’

Theo Doreleijers van Karmac zegt: ‘Natuurlijk dragen wij leenrechten af. Ik vermoed dat je doelt op de discussie of het terecht is dat scholen en vrijwilligersbibliotheken geen leenrechten afdragen. Scholen zijn, zoals je ongetwijfeld weet, wettelijk vrijgesteld. Naar mijn mening zouden vrijwilligersbibliotheken die door gemeenten worden gesubsidieerd wel degelijk leenrechten af moeten dragen (en dus ook een uitleenadministratie bijhouden). Die discussie laat ik overigens graag aan de Stichting Leenrecht over.’

Vrijwilligersbibliotheken
Wat vrijwilligersbibliotheken betreft, blijkt dat er naast de zuivere privé-initiatieven, zoals mini-bibliotheekjes langs de weg of andere vrijwilligersinitiatieven van burgers, tussenvormen ontstaan waarbij overheden of officiële bibliotheekorganisaties die tot ‘het stelsel’ behoren een rol spelen, zoals blijkt uit een flyer (pdf) van de Brabantse Netwerkbibliotheek en de provincie Noord-Brabant met verschillende typen kleine initiatieven.

E-books
In Het kwartje van Nuis worden ook de e-books genoemd. Het blijkt dat auteurs en beeldmakers graag willen dat e-books onder het leenrecht vallen, in tegenstelling tot de uitgevers. Vincent van den Eijnde (Pictoright) zegt erover (pagina 68/69): ‘Nu regelen uitgevers rechtstreeks met de bibliotheken een vergoeding en met name onze beeldmakers krijgen dan bijna nooit wat. Daarom is het belangrijk dat e-books ook onder het leenrecht gaan vallen.’ Ook de Stichting Lira, die de auteurs vertegenwoordigt, is er voor. Leenrecht verdeelt de opbrengst volgens een sleutel 30% voor de uitgevers en 70% voor de auteurs en beeldmakers (waarbinnen weer 83% voor de auteurs is en 17% voor de beeldmakers, zoals een plaatje op pagina 47 van ‘Het kwartje’ laat zien).

Hans van Velzen merkt over de vergoeding die de KB thans voor e-books aan uitgevers moet betalen op: ‘Een probleem is dat niet alle uitgevers die vergoedingen netjes delen met de auteurs. Dat is bij vijftig procent van de e-book-‘uitleningen’ het geval.’ (pagina 92).

Afkoop leenrecht
In het verleden heeft o.a. het Provinciale Directieoverleg van Noord-Holland er bij OCW een aantal malen voor gepleit het leenrecht (toen nog een bedrag van ca. € 15 miljoen) af te kopen, omdat dit ook gedaan zou zijn voor universiteitsbibliotheken. Het kwartje van Nuis zegt in een voetnoot (pagina 39) dat OCW bij de invoering van het leenrecht de vrijstelling voor bibliotheken van onderwijs en wetenschap, de blindenbibliotheken en de Koninklijke Bibliotheek zou hebben willen afkopen. Het zou qua uitleningen gaan om 7% van de totale uitleningen (14 miljoen uitleningen tegenover 173 miljoen van de openbare bibliotheken, in 1991). ‘De overheid trok 400.000 gulden uit om deze vrijstelling af te kopen.’

Op de vraag aan Arjen Polman, manager Stichting Leenrecht, of dit bedrag eenmalig was of ieder jaar (al dan niet geïndexeerd) terugkwam, antwoordt hij:
‘Het uitgangspunt van het ministerie bij het opstellen van de wet was een vergoeding te regelen voor alles wat werd uitgeleend in Nederland. Er werd dus geen onderscheid gemaakt tussen openbare bibliotheek, schoolbibliotheek, universiteitsbibliotheek, arthotheek, cd-theek. Vrijstelling was er slechts voor de KB en blindenbibliotheken. Wel had het ministerie bedacht dat het wat ver ging om de scholen een uitleenadministratie op te leggen, er vanuit gaande dat het om vrij kleine collecties ging, die slechts voor een deel mee naar huis gingen. Zodoende stond op zeker moment in het wetsvoorstel dat de overheid 4 ton uittrok om het educatieve uitlenen af te kopen. Dit ging trouwens met name over de wetenschappelijke bibliotheken: die werden ingezet op 300.000 gulden, en dan was er nog een bedrag van 100.000 gulden voor scholen. Wat ik heb begrepen ging een paar weken voordat het wetsvoorstel werd afgerond de onderwijspoot van het ministerie opeens dwarsliggen: het onderwijs moest worden vrijgesteld. Een inhoudelijke argumentatie is er nooit gekomen, maar de onderhandelende partijen hebben zich toen niet verzet, uit angst dat het hele voorstel op de helling zou gaan. De eenmalige afkoopsom verdween uit de wet. Stichting Leenrecht heeft dus ook nooit geïnd voor uitleningen bij scholen of universiteiten.’

OCW antwoordt desgevraagd na te zullen gaan hoe het zat.


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (2)

Sjaak Driessen
10-3-2016 22:03
Een onderhoudend 'juridisch' steekspel, al dan niet met acteren van zelfbenoemde spraakmakers of adviseurs. Die of deze uitkomst, ze zullen allemaal waar zijn, maar of ze deugen ..... !? Als lezen zo belangrijk wordt gevonden door bibliotheken of scholen, dan is het een goede zaak, een must, dat er voor elke uitleen, waar dan ook, een leenrechtvergoeding wordt afgedragen; opdat er boeken etc. geschreven blijven worden door gepassioneerde schrijvers.
Wim Keizer
11-3-2016 11:00
 
Enkele aanvullingen

Er stonden nog een paar kleine vragen uit waar ik antwoord op kreeg nadat het artikel gisteren verschenen was.
 
Onderzoek in juni klaar?
Aan Carin Dankier van OCW vroeg ik of het klopt dat het onderzoek in juni, zoals bronnen wisten te melden, klaar kan zijn en of ik de onderzoeksopzet mag hebben. Haar antwoord: "De offerteaanvraag is bijna klaar, ik wacht nog op het juridische kader en dan wordt de aanvraag naar de onderzoeksbureaus gestuurd die wij kunnen aanschrijven hiervoor. Op het moment dat wij een onderzoeksbureau geselecteerd hebben en de opdracht definitief is, zal ik je de onderzoeksopzet sturen. Ik verwacht inderdaad dat het onderzoek in juni afgerond kan zijn, maar daar moet ik een slag om de arm houden. Het zal afhangen van de tijd die de onderzoeksbureaus zeggen nodig te hebben, en in dit onderzoek is de kwaliteit belangrijker dan het precieze moment van oplevering."
 
Welke scholen doen wat?
Naar aanleiding van zijn opmerkingen over de samenwerking met alle basisscholen in zijn werkgebied, vroeg ik Fans Bergfeld (Bibliotheek Waterland) wat nadere informatie.
Op de vraag of hij weet hoe de helft van de scholen die geen Schoolwise hebben hun (eventuele) uitleningen registreren, antwoordt hij dat het waarschijnlijk een mix zal zijn van scholen die een Excel-systeem gebruiken, of soms nog gewoon een schriftje tot scholen die een ander systeem gebruiken dan Schoolwise.
En op de vraag of hij weet hoe de verhouding ligt binnen de scholen die Schoolwise gebruiken tussen scholen die zelf verantwoordelijk zijn voor de uitleningen van hun eigen collectie (dus vrijstelling leenrecht) en de scholen met een collectie van de Bibliotheek, waar de Bibliotheek verantwoordelijk voor is (dus wel leenrecht, door de Bibliotheek afgedragen), zegt hij dat nu niet te weten, maar wel te kunnen laten nagaan, als het zinvol zou zijn. "De vraag is wat dat getal zegt, want dat wordt mede bepaald door de kwaliteit van de collectie (die van een school met een bibliotheekcollectie is natuurlijk prima, maar kan bij scholen met een eigen collectie sterk variëren), door hoe de school actief aan leesplezier en leesbevordering werkt, door of er ruimte is voor vrij lezen in de school, misschien ook wel door de wijk waar de school gevestigd is en vast nog meer factoren," zo zegt Bergfeld.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Peiling

Een discussie over inzet van vrijwilligers wordt niet gevoerd, maar is wel nodig
Eens
Oneens
Jouke Bethlehem (Bibliotheken Noord Fryslân) merkt op dat er nauwelijks enige discussie gevoerd wordt over de inzet van...
Lees meer en geef uw mening