HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
Raakt Bibliotheek op school schrijvers in de portemonnee?
Maarten Dessing
05-12-2013
Bibliotheken werken nauwer samen met scholen. Het concept 'de Bibliotheek op school' moet landelijk worden uitgerold. Krijgen auteurs daardoor substantieel minder inkomsten uit het leenrecht? Zij maken zich daar grote zorgen over. 
Een onderwijsinstelling hoeft geen leenrecht af te dragen voor uitleningen via hun eigen bibliotheek. Dat staat al bijna twintig jaar in de Auteurswet. Schrijvers hebben daar onverminderd begrip voor, zegt Tanja de Jonge van de werkgroep jeugdboeken van de Vereniging van Letterkundigen (VvL). 'Scholen hebben weinig geld voor een schoolbibliotheek. Als ze ook nog leenrecht moeten betalen, komt er helemaal geen schoolbibliotheek. Dat zou in het kader van de leesbevordering ongewenst zijn.'
Maar wat als openbare bibliotheken steeds meer boeken via een schoolbibliotheek aan kinderen en jongeren uitlenen? Door de grote bezuinigingen hebben bibliotheken de afgelopen jaren vestigingen moeten sluiten. Om toch zo veel mogelijk leerlingen te blijven bedienen, is ter compensatie de samenwerking met scholen aangehaald. Dat geen leenrecht meer hoeft te worden betaald over uitleningen, omdat die nu via een schoolbibliotheek lopen, is een mooie extra besparing. Maar auteurs zit dat niet lekker.

Afhankelijk
Dan wordt het vanuit hun perspectief nog erger. Kunst van Lezen, een initiatief van Stichting Lezen en het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB), heeft het concept 'de Bibliotheek op school' opgezet, dat de komende jaren landelijk moet worden uitgerold. De bedoeling is: leesbevordering. Maar de uitwerking, met boeken op school en een gecombineerd lidmaatschap van de schoolbieb en de openbare bieb, heeft als neveneffect dat er geen leengeld meer wordt afgedragen.
'Prachtig natuurlijk, dat op alle scholen een mooie collectie staat. Maar er lijkt geen aandacht te zijn geweest voor de consequenties die dit kan hebben voor schrijvers', zegt De Jonge, 'Dat zien wij met lede ogen aan. Veel jeugdboekenauteurs zijn voor een substantieel deel van hun inkomen afhankelijk van het leenrecht. Bovendien is dit concept geïntroduceerd zonder met schrijvers hierover te praten.'

Onderzoek
Om uit te zoeken of de verschuiving van uitleningen aan leerlingen door een openbare bibliotheek naar uitleningen door een schoolbibliotheek. werkelijk plaatsvindt, verricht Stichting Leenrecht onderzoek. 'In 2012 waren er circa 100 miljoen uitleningen, dit jaar circa 90 miljoen', zegt manager Arjen Polman van Stichting Leenrecht. 'Voor het grootste deel zal die daling te verklaren zijn door de sluiting van vestigingen. Of er meer uitleningen zijn gekomen via schoolbibliotheken weten we nog niet.'
Wel heeft Stichting Leenrecht al enkele jaren geleden alle vormen van samenwerking tussen scholen en bibliotheken uitgewerkt. Achttien verschillende vormen zijn dat. Het onderscheid is heel technisch. Levert de bibliotheek een keer per maand een wisselcollectie bij de school af? Of verzorgt de bibliotheek meer ondersteunende diensten? Kunnen leerlingen vanuit school boeken reserveren uit de collectie van de openbare bibliotheek? Enzovoorts.

Onwetendheid
Het uitgangspunt is evenwel helder. Als de school eindverantwoordelijk is, hoeft geen leenrecht te worden betaald. Als de bibliotheek eindverantwoordelijk is, moet wel leenrecht worden betaald. Van geval tot geval beoordeelt Stichting Leenrecht bij wie die verantwoordelijkheid ligt. En soms verschilt hun visie van die van de bibliotheek. 'De afgelopen jaren hebben we een aantal bibliotheken terecht moeten wijzen, omdat zij ten onrechte geen leengeld afdroegen', zegt Polman.
De VvL noch Stichting Leesrecht wil daarbij beweren dat openbare bibliotheken doelbewust leenrecht ontwijken. Het is onwetendheid. Polman: 'Wij verspreiden die matrix van samenwerkingsvormen niet. Dat maakt het alleen maar ingewikkeld. We kijken wel jaarverslagen van bibliotheken na. Stuiten we op zaken die niet door de beugel kunnen, dan zeggen we dat. Bibliotheken geven dan ook toe. Het principe van leengeld betalen stellen zij absoluut niet ter discussie.'

Overleg
Dan de Bibliotheek op school. De auteurs en Stichting Lezen erkennen dat de bezuiniging op de afdracht van leengeld een bijverschijnsel van het concept is. De Bibliotheek op school gaat om het bevorderen van lezen, het bevorderen van bibliotheekgebruik, het toegang bieden tot kinder- en jeugdliteratuur. Maar de bezuiniging op de afdracht van leengeld die het met zich meebrengt, maakt het op z'n minst verleidelijk voor gemeenten om er bij openbare bibliotheken op aan te dringen het concept toe te passen.
Is dat wenselijk? 'Wij maken ons in ieder geval grote zorgen', zegt De Jonge. 'De Bibliotheek op school wordt opgezet met subsidie van de gemeente. De uitleningen moeten dus worden verantwoord naar de gemeente. Tegelijk zouden deze uitleningen niet meetellen voor het leenrecht? Ik snap niet hoe dat kan. Het uitgangspunt zou moeten zijn dat als de bibliotheek een uitlening meetelt voor subsidie, deze ook meetelt voor het leenrecht.'
Hoe de schrijvers zich zullen opstellen, hangt af van het overleg. Dat moet er eerst komen, vindt De Jonge. Als eerste stap probeert de werkgroep jeugdboeken van de VvL steun te mobiliseren. Het roept schrijvers op stelling te nemen. Ook heeft het een steunverklaring van de Werkgroep Kinderboekuitgevers, die immers dezelfde derving van inkomsten zou kunnen hebben. Ook staan overleggen gepland met Stichting Lezen en PvdA-Kamerlid Jacques Monasch.

Preventief
De openbare bibliotheken ondertussen benadrukken dat de samenwerking met het onderwijs primair is gericht op bevordering van lees- en taalontwikkeling. Er is geen intentie om de leenrechtverplichting te omzeilen. ‘Bibliotheken hebben belang bij een goed functionerende kinderboekenmarkt. We zijn er echt niet op uit om de inkomenspositie van auteurs te verslechteren', zegt Evert Slot, die namens de VOB het dossier leenrecht beheert.
Hij wijst erop dat uit de cijfers van Stichting Leenrecht over 2012 niet blijkt dat er bij de bibliotheken sprake is van een substantiële afname van het aantal uitgeleende boeken voor de jeugd. 'Wij hebben in de Stichting Onderhandelingen Leenvergoedingen (StOL) goede afspraken gemaakt over leenrecht en het onderwijs. Deze staan op de website van Stichting Leenrecht. In de StOL volgen we de ontwikkelingen. Mocht de Bibliotheek op school ongewenste effecten hebben, dan wordt daar uiteraard met de rechthebbenden over gesproken’.

Ook schrijvers erkennen dat er tot nu toe geen bewijs voor is, dat de verschuiving van uitleningen naar schoolbibliotheken of de Bibliotheek op school heeft geleid tot minder afdracht van leenrechtgelden. Dat blijkt uit de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek en uit cijfers van Stichting Leenrecht. De Jonge: ‘Maar wij willen de verschuiving juist vóór zijn.’

Tekst: Maarten Dessing

De discussie over de afdracht van leengelden voor bibliotheekcollecties in scholen werd onder de aandacht gebracht door jeugdboekenschrijver Ted van Lieshout in zijn blogpost 'De zaak van de in het niets oplossende leenrechtgelden' (dd 16 oktober), waarna talloze reacties volgden (onder andere van Raymond Snijders). In reactie op de onrust die, met name onder (jeugdboeken)auteurs, was ontstaan kwam de Vereniging van Letterkundigen op 28 november met een zogeheten Informatiebrief, om meer duidelijkheid over de kwestie te verschaffen.
Zie ook de verklaring van Stichting Leenrecht met uitleg over de onderwijsvrijstelling in het geval van schoolbibliotheken: 'Leenrecht en de onderwijsvrijstelling'
Ook Stichting Lira heeft, bij monde van voorzitter Kees Holierhoek, gereageerd op de kwestie, zie hier.


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Peiling

Een discussie over inzet van vrijwilligers wordt niet gevoerd, maar is wel nodig
Eens
Oneens
Jouke Bethlehem (Bibliotheken Noord Fryslân) merkt op dat er nauwelijks enige discussie gevoerd wordt over de inzet van...
Lees meer en geef uw mening