HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
Bib2020 en Academie voor Morgen: Vlaamse bibliotheken op zoek naar nieuwe antwoorden
Elselien Dijkstra
07-10-2013
Het traditionele bibliotheekproces moet op de schop, zo blijkt uit de toelichting (pdf) op Bib2020 op Locusnet.be. LOCUS heeft dit traject uitgezet om Vlaamse bibliotheken te laten nadenken over en experimenteren met toekomstig bibliotheekwerk. Bijna een jaar geleden werd de discussietekst van Bib2020 gepresenteerd. Hoe verloopt het verder? Maike Somers, bibliothecaris in residence bij LOCUS, vertelt.
Bib2020 en Academie voor Morgen: Vlaamse bibliotheken op zoek naar nieuwe antwoorden
Volgens de discussietekst (pdf) moet de bibliotheek zichzelf opnieuw organiseren om maatschappelijk relevant te blijven. Kun je vertellen op welke manier?
‘Nee. Het is eigenlijk niet aan ons om dat te vertellen, maar aan de bibliotheken om daarnaar te zoeken. Daar ondersteunen en begeleiden wij hen in. Je kunt je afvragen of de huidige organisatievorm of manier van werken nog voldoet in een veranderende samenleving. We zullen moeten zoeken naar andere, duurzame antwoorden. Antwoorden die sterk lokaal bepaald zullen worden. Dat geldt niet alleen voor bibliotheken, maar ook voor andere organisaties. Maar hoe die antwoorden er precies zullen uitzien, weten we niet. Dat is net de zoektocht en de hele uitdaging.’

Is er dan helemaal geen houvast in die zoektocht?
‘In de kern blijft het doel hetzelfde. De bibliotheek heeft nog altijd als doel om de gemeenschap sterker te maken, stevig lokaal ingebed. Bibliotheken hebben hiertoe specifieke middelen: een collectie (hoe die er ook uit zal zien in de toekomst), een plek (een publieke, fysieke ruimte blijft noodzakelijk, ook als lokale vertaling van de digitale bibliotheek) en mensen (zowel professionals als niet-professionals). Hoe een bibliotheek die middelen inzet, verschilt per lokale context.’

Slimme bib
Zijn de Vlaamse bibliotheken overtuigd van de noodzaak tot verandering?
‘De urgentie wordt wel gevoeld, onder meer door de dalende uitleencijfers, dalende lenersaantallen en minder financiële middelen. Men is het erover eens dat er zaken anders zullen moeten worden aangepakt, maar over de wijze waarop (en wat precies) bestaat discussie. Vlaamse bibliotheken zijn redelijk uniform georganiseerd, maar de lokale verschillen zijn zeer groot. Dat begint nu te wringen. Wat is bijvoorbeeld de rol van de bibliotheek? Die is sterk afhankelijk van de lokale context en keuzes. Staat leesbevordering centraal, of vervult de bib een meer maatschappelijke functie door bijvoorbeeld nieuwkomers wegwijs te maken in de samenleving? Dat zijn functies die een andere aanpak vragen.’

Hebben bibliotheken wel genoeg ruimte om naast hun huidige werkzaamheden ook nog hun eigen rol ter discussie te stellen en aan te pakken?
‘Op dit moment is die ruimte er onvoldoende. Vlaamse bibliotheken zijn stevig lokaal verankerd en vormen een fijnmazig netwerk. Maar deze medaille heeft ook een keerzijde: we zijn een sterk versnipperde sector. Daarom hebben we in de discussietekst de “slimme bib” als noodzakelijke voorwaarde naar voren geschoven. Bibliotheken zullen sommige zaken bovenlokaal moeten organiseren om zo meer zuurstof te krijgen om uitdagingen aan te gaan. Het delen van medewerkers en expertise of administratieve handelingen, om maar iets te noemen. Dit gebeurt al, maar nog niet voldoende. Het is nog wel zoeken naar de juiste schaal: welke zaken regel je het beste op gemeenteniveau en wat op provinciaal of Vlaams niveau?’

Staat de Vlaamse experimenteerlust niet onder druk nu ook Vlaamse bibliotheken moeten bezuinigen?
‘Ja. Maar tegelijk zijn de bezuinigingen ook een stimulans. Ze dwingen om vragen over de organisatiewijze te stellen. Als je twintig procent moet bezuinigen kun je twintig procent minder boeken kopen. Maar je kunt ook zoeken naar andere, minder voor de hand liggende oplossingen. Innovatie is een modewoord, maar cruciaal voor bibliotheken. Om een transitie te kunnen teweegbrengen, zal een bibliotheek innovatief uit de hoek moeten komen. Dan gaat het niet over technologische innovatie, maar over het vinden van andere antwoorden op maatschappelijke uitdagingen.’

Bouwstenen
Hoe speelt Bib 2020 hierop in?
‘Om te kunnen innoveren zijn drie bouwstenen nodig: inspiratie en verbeelding; visie en reflectie én experimenten. Het zijn die drie bouwstenen die we proberen aan te reiken.
We verzamelen inspirerende voorbeelden uit binnen- en buitenland, zowel van binnen als buiten de bibliotheeksector. Vernieuwende zaken, praktijken die ontstaan zijn door op een andere manier naar de zaken te kijken. We delen die, laten tijdens bijeenkomsten hierop reflecteren. Naast inspiratie zetten we ook in op experimenten.’

Welke experimenten zitten in de pijplijn?
‘Met de experimenten sluiten we aan bij de ideeën die nu al leven in de sector, die langzaam ontkiemen. Bijvoorbeeld zoeken naar een andere invulling van een bibliotheekfiliaal. Kan dit evolueren naar een coöperatie of een netwerk van huiskamerbibliotheken? Of kan dit een onderdeel worden van het Huis van het Kind, een lokale informatie- en ontmoetingsplaats voor ouders... De vraag is in dat geval vooral hoe een bibliotheek méér kan zijn dan alleen een paar rekken met boeken over peuters en opvoeding. Er leven ook ideeën rond werken met een curator. Bibliotheken nodigen iemand van buiten uit om een programma te maken voor de bib. Dat kan iedereen zijn: een schrijver, een groep scouts, of een andere vereniging. Dat kan een heel nieuwe presentatie van je collectie opleveren.’

Academie voor Morgen
Bestaat er genoeg innovatiekracht onder Vlaamse bibliotheken om de bib van 2020 uit te vinden?
‘Naast inspiratie en experimenten is visie en reflectie de derde cruciale bouwsteen om te kunnen innoveren. Zo proberen we met de discussietekst het gesprek over mogelijke toekomsten op gang te brengen, zetten we aan tot visievorming. We starten in 2014 ook met de Academie voor Morgen, geïnspireerd op de Library School. Rob Bruijnzeels en Bert Mulder, de founding fathers van de Library School, zullen curator zijn. Het is geen kopie van de Nederlandse opleiding, maar een vertaling naar een Vlaamse aanpak en gericht op het brede lokale cultuurbeleid. Dat betekent niet dat er geen Nederlanders deel mogen nemen. Graag zelfs, grensoverschrijding kan heel inspirerend werken. De centrale vraag van de opleiding is: wat betekent innovatie in de praktijk voor mijn eigen organisatie en mijn eigen werk? Innovatie betekent dan niet alleen technische innovatie, maar ook sociale innovatie.’

Voor wie is de Academie voor Morgen bedoeld?
‘Voor geëngageerde cultuurprofessionals die niet alleen willen nadenken maar vooral willen werken aan concrete veranderingen. Er komt geen strenge toelatingsprocedure, maar studenten wordt wel gevraagd een motivatie te geven voor ze starten. Er is plek voor maximaal 15 studenten. De bedoeling is dat ze starten met een concrete vraag die speelt in hun organisatie en dat ze daar binnen een jaar een concreet antwoord op vinden om in hun organisatie toe te passen. Want daar gaat het om. Hun organisatie of het lokale beleid moet er echt beter van worden.’

Academie voor Morgen
LOCUS stelt op haar website over de Academie voor Morgen onder andere: 'In de Academie staat de toekomst van uw bibliotheek, centrum of lokaal cultuurbeleid centraal. Uw eigen onderzoeksvraag vormt immers de rode draad doorheen de modules. Door een combinatie van gerenommeerde experts, ervaringsdeskundigen, een lerend netwerk en individuele begeleiding leert u inspelen op maatschappelijke uitdagingen en vindt u innovatieve uitwegen voor uw lokale uitdaging. Als gemeente zet u stappen vooruit richting toekomst en maakt u op die manier het verschil.'

De Academie voor Morgen richt zich op ‘high potentials’ uit lokaal cultuurbeleid (waaronder bibliotheken, cultuur- en gemeenschapscentra, cultuurbeleidscoördinatoren) uit Nederland en Vlaanderen. Er wordt uitgegaan van maximaal 15 studenten per cursus. De studenten leggen gedurende één jaar (een cursusdag per week) een intensief traject af, waarbij gewerkt wordt in drie blokken van drie dagen. Het jaar wordt afgesloten met een stevig onderbouwde paper waarin de eigen innovatievraag centraal staat. Door de aanpak met onder andere open seminaries kunnen ook andere collega’s lokaal cultuurbeleid uit de gemeente mee leren, en de lokale onderzoeksvraag invullen en uitdragen.

LOCUS licht toe wat het resultaat moet zijn na een jaar opleiding: 'Aan het einde van het jaar hebben de studenten een diep inzicht verworven in de turbulente omgevingsfactoren van lokaal cultuurbeleid en de cultuurhuizen en weten ze hoe daarop in te spelen en waarom. Ze kunnen als innovator aan de slag in de eigen instelling. De eigen onderzoeksvraag werd verrijkt en heeft een afdoend en duurzaam antwoord gekregen dat in de lokale praktijk omgezet wordt. Als gemeente zet u stappen vooruit richting toekomst en maakt u op die manier het verschil.'

Op 14 november 2013 vindt er een introductiedag plaats over de Academie voor Morgen voor iedereen die interesse heeft.
Voor meer informatie over de Academie voor Morgen, zie de website van LOCUS.
 


Tekst: Elselien Dijkstra
Foto Maike Somers



Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Peiling

Nederlandse bibliotheken gaan steeds meer lijken op IKEA-filialen
Eens
Oneens
In Bibliotheekblad nummer 3 2017 stelt bestsellerauteur Herman Koch liever boekhandels dan bibliotheken te bezoeken. 'Ik ben alleen in...
Lees meer en geef uw mening