HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
Vicky Breemen: ‘Bibliotheekprivilege niet toereikend in digitale samenleving’
Femke van den Berg
13-12-2012
De rol van bibliotheken in de informatiesamenleving verandert. Dat leidt tot spanning tussen digitale bibliotheekactiviteiten en de huidige wet- en regelgeving rondom het auteursrecht, zo signaleert Vicky Breemen (23) in haar onderzoeksmasterscriptie Informatierecht, getiteld Borrowing from the old to facilitate the new: the future of the library privilege in the digital world. Het leverde haar de Victorine van Schaickprijs op. 
‘Er is altijd een spanningsveld geweest tussen enerzijds het recht op vrije verspreiding van informatie en anderzijds de bescherming van werken’, zegt Vicky Breemen. ‘In de Auteurswet uit 1912 is vastgelegd dat de auteur als enige het werk mag exploiteren, reproduceren en verder verspreiden. Pas zeventig jaar na de dood van de maker kan een werk vrij verspreid worden. Tegelijkertijd hebben burgers belang bij vrije toegang tot informatie. Die toegang wordt in zekere zin door het auteursrecht beperkt. Daarom zijn er in de loop der tijd allerlei uitzonderingen in de wet opgenomen die gebruik van het werk zonder voorafgaande toestemming mogelijk maken. Onder meer voor bibliotheken, die hun publieke taken moeten kunnen uitoefenen.’

Positie auteur sterker geworden
In de huidige samenleving mag je veronderstellen dat bibliotheken ook digitale mogelijkheden benutten om hun publieke taken te kunnen uitoefenen. Maar mag dat wel volgens de huidige Europese en Nederlandse regels? Zijn de bibliotheekprivileges in het huidige digitale tijdperk nog wel toereikend? Breemen onderzocht het. Eerst ging ze nader in op de publieke taak van de bibliotheek. ‘Ik ontdekte dat de wet niet exact definieert wat nu precies de publieke taak van de bibliotheek is en wat vanuit die taak op digitaal gebied is toegestaan’, vertelt ze.
Vervolgens keek Breemen wat bibliotheken al doen op digitaal gebied. ‘Ik focuste mij daarbij op een viertal activiteiten: de uitleen van e-books, digitaliseringsprojecten, digitale preservering en webarchivering.’ Daarna toetste Breemen in hoeverre deze vier activiteiten onder de uitzonderingen op de wet mogelijk zijn. ‘Het blijkt lastig om daarop een sluitend antwoord te vinden’, constateert ze. ‘De tendens lijkt echter dat de positie van de rechthebbende steeds sterker wordt. Het lijkt erop dat het vrij verspreiden van informatie via digitale kanalen door bibliotheken op juridische grenzen stuit.’
Bibliotheken die hun publieke rol van toegangspoort tot en bewaarplaats van informatie met digitale mogelijkheden willen vergroten, worden daarin door de wet juist tegengewerkt. Het online doorleveren van content wordt in de Europese Auteursrechtrichtlijn in de informatiesamenleving zelfs expliciet uitgesloten. ‘Zo mogen bibliotheken bepaalde auteursrechterlijk beschermde content slechts aanbieden vanaf een computer in de eigen vestiging. Dit staat haaks op de mogelijkheden van internet en de wensen van burgers, die juist thuis, vanachter de eigen pc, toegang willen hebben. Er is weinig ruimte om in te spelen op dit soort behoeften. De bibliotheekuitzonderingen lijken dus niet toereikend in de huidige praktijk.’

In balans brengen
Breemen onderzocht niet alleen welke ruimte de huidige excepties bieden, maar ook waar verruiming van het bibliotheekprivilege gewenst is, zodat vrije toegang weer meer in balans komt met het auteursrecht. ‘Als je de wet aanpast met een aparte sectie voor bibliotheken, dan bestaat de kans dat andere groepen ook meer privileges willen’, zegt ze. ‘Daarbij kan alles wat je vastlegt door technologische veranderingen worden ingehaald. Daarom is het misschien handiger om de ruimte binnen de huidige Europese en Nederlandse auteursrechtelijke kaders te zoeken.’
Zelf bekeek Breemen in haar onderzoek twee ‘modelinstrumenten’ die inspiratie kunnen bieden voor het verruimen van de Europese en de (daarvan afgeleide) Nederlandse bepalingen. Het eerste is het IFLA Treaty Proposal on Copyright Limitations and Exceptions for Libraries and Archives. ‘Het is interessant dat dit instrument de behoeften van de bibliotheekpraktijk identificeert en voorstellen doet voor een update van het kader van uitzonderingen vanuit bibliotheekperspectief’, zegt ze. ‘Bovendien is het bedoeld om steun te krijgen voor een bindend internationaal instrument voor auteursrechtuitzonderingen. Dat is er nu namelijk nog niet.’ Ten tweede verdiepte Breemen zich in de Wittem Code of Draft / European Copyright Code, opgesteld door een groep Europese wetenschappers. ‘Vooral over preservering en archivering worden daarin interessante dingen gezegd’, vertelt ze.

Verruiming privilege
Breemen kreeg de Victorine van Schaickprijs (genoemd naar de bevlogen bibliothecaresse Victorine van Schaick), een penning en een bedrag van 1500 euro, voor de zorgvuldige en voorbeeldige wijze waarop haar betoog is opgebouwd en gedocumenteerd. Dit maakt dat ‘haar masterscriptie leest als een voldragen bijdrage aan de wetenschappelijke discussie, die ook een publicatie als zodanig verdient’, aldus de jury. Breemen is aangenaam verrast met de prijs: ‘Ik heb de studie vanuit een informatierechtelijke achtergrond geschreven, maar ook het bibliotheekconcept uitvoerig geanalyseerd. Ik ben er heel blij mee dat een jury uit die sector mij dan deze prijs toekent!’, zegt ze.
Breemen zal zich met haar afstudeeronderwerp bezig blijven houden als onderzoeker aan het Instituut voor Informatierecht (IViR) van de UvA. ‘Persoonlijk denk ik dat bibliotheken moeten kunnen blijven meedoen in het digitale domein’, zegt ze. ‘De vraag is alleen hoe ze dat kunnen doen zonder de rechthebbenden te schaden. Ik denk dat we het antwoord moeten zoeken in het verruimen van het bibliotheekprivilege, maar op Europees niveau kan dat proces jaren duren.’

Tekst: Femke van den Berg 


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Peiling

Een discussie over inzet van vrijwilligers wordt niet gevoerd, maar is wel nodig
Eens
Oneens
Jouke Bethlehem (Bibliotheken Noord Fryslân) merkt op dat er nauwelijks enige discussie gevoerd wordt over de inzet van...
Lees meer en geef uw mening