HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
Meetinstrument toont meerwaarde van de Bibliotheek op school aan
Patricia de Ryck
04-09-2012
Taalspecialist Kees Broekhof van Sardes, organisatiestrateeg Thomas van Dalen en projectleider Kunst van Lezen, Lea Kessels, hebben een meetinstrument ontwikkeld, waarmee de maatschappelijke meerwaarde van schoolbibliotheken wordt gemeten. Primair is het gebouwd vanuit educatief oogpunt, maar bibliotheken kunnen het ook als een strategisch instrument benutten. Broekhof en Van Dalen geven uitleg.
‘We hebben dit digitale meetinstrument ontwikkeld, zodat bibliotheken en scholen in staat zijn om de effecten van het project De Bibliotheek op school te meten. Aan de hand van de resultaten kan er effectiever worden samengewerkt’, aldus Broekhof. ‘Het idee is ontstaan in Den Bosch, waar door de komst van de SchoolBIEB een aantal reguliere filialen zijn gesloten. Zij waren benieuwd naar wat dat oplevert, maar konden daar geen methode voor vinden.’
Na uren brainstormen met experts is een digitaal model ontstaan, waarbij zowel leerkrachten, leerlingen en bibliotheekmedewerkers vragenlijsten dienen in te vullen. ‘Van de kinderen willen we bijvoorbeeld weten wat ze lenen en hoeveel ze lezen. De leerkracht wordt gevraagd wat hij met boeken in de klas doet. Van de bibliotheekmedewerker willen we de uitleencijfers en de openingstijden van de schoolbibliotheek weten. Met een druk op de knop krijgt de leesconsulent - die vanuit de bibliotheek actief is op de scholen - een standaardrapportage van dit soort gegevens’, legt Broekhof uit.

Cijfers
‘Door de standaardrapportage is dit instrument ook interessant voor bibliotheken die geen capaciteit hebben om het resultaat uitvoerig te bestuderen’, voegt Van Dalen daaraan toe. Maar hij benadrukt: ‘Als een leesconsulent hier echt de tijd voor neemt, dan kun je de uitkomsten optimaal benutten. De bibliotheekwereld kent ontzettend veel bevlogen medewerkers die - door de combinatie van hun expertise en dit instrument - een heel belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het zelfbewustzijn van educatieprofessionals. Als er opmerkelijke zaken te zien zijn, kan de leerkracht hier namelijk gewoon op aangesproken worden. De cijfers tonen dit tenslotte. Stel dat een school echt gefocust is op leesbevordering; dan kan de leesconsulent ervoor kiezen alleen daar naar te kijken in de resultaten. Wat dat betreft is het ook echt maatwerk.’
De heren zijn er beiden van overtuigd dat bibliotheek en scholen op deze manier op gelijkwaardige basis effectief samenwerken. ‘Voor het eerst wordt er samengewerkt op basis van cijfers en niet op basis van goede intenties. De taalontwikkeling van kinderen heeft hier uiteindelijk baat bij’, aldus Broekhof.

Enthousiasme
Volgens Van Dalen en Broekhof is het instrument heel goed ontvangen. ‘We hebben op dit moment gegevens van ruim 5000 leerlingen en ongeveer 700 leerkrachten in het systeem. Het is voor het eerst dat er zoveel informatie over dit onderwerp in een database bij elkaar is gebracht’, aldus een enthousiaste Broekhof. Tot zijn verbazing bleek het aantal aanmeldingen met ingang van het nieuwe schooljaar de pan uit te rijzen. ‘Straks staan er honderden scholen uit het hele land in, waardoor de leesconsulent de cijfers over het leesgedrag nog beter kan spiegelen aan het landelijke gemiddelde.’

Niet alleen de scholen zijn enthousiast; bibliotheekdirecteuren grijpen dit middel ook met beide handen aan, aldus Van Dalen. ‘Ze zijn ontzettend gretig en zijn bereid er zelf ook tijd in te steken. Gelukkig is het systeem heel eenvoudig, waardoor het invoeren snel gaat. En passant werk je als bibliotheek aan je verdere professionalisering. Je staat tijdens de analyse namelijk ook stil bij wat je doet en kunt kritisch naar je eigen inzet kijken. In deze tijd waarin veel bibliotheken worden getroffen door fikse bezuinigingen is dat heel goed. Bovendien kun je op het eind van het jaar veel meer dan globale getallen laten zien. Wethouders zijn hier erg blij mee’, weet Van Dalen.

Strategische tool
De sector kan zich dankzij dit instrument strategisch profileren, zo benadrukken Van Dalen en Broekhof. Broekhof: ‘Tegenwoordig zeggen veel beleidsmakers “hier kan nog wel wat af”, als ze het over bibliotheeksubsidies hebben. Ze weten vaak niet wat de bibliotheek daadwerkelijk doet. Dankzij de monitor kan het management van een bibliotheek nu aantonen dat ze wel degelijk meerwaarde hebben voor de maatschappij. Ze kunnen laten zien dat ze een concrete bijdrage leveren aan de taalontwikkeling van kinderen. We weten allemaal wat dat betekent; deze kinderen zullen het later ook beter doen en dat komt de samenleving alleen maar ten goede.’
Dat klinkt eenvoudig, maar in de praktijk merkt Van Dalen er nog te weinig van. Het gaat niet hard genoeg. ‘Directeuren doen er goed aan dit topprioriteit te geven. Nu zijn bibliotheken nog onvoldoende in staat om resultaten inzichtelijk te maken en anderen te overtuigen van hun noodzaak. Met de Monitor kunnen ze op een intelligente manier laten zien wat ze met overheidsmiddelen realiseren. Het is een belangrijke strategische tool.’

Dit najaar wordt het voor alle bibliotheken mogelijk om de Monitor De Bibliotheek op school te gebruiken. De Monitor is bedoeld om de samenwerking tussen bibliotheek en school te optimaliseren, op basis van resultaatgegevens. Bibliotheken kunnen zich nog aanmelden tot 1 oktober 2012.

Voor meer informatie en aanmelden, zie de website van Kunst van Lezen.
Voor de herziene handleiding en een Powerpointpresentatie over de Monitor, zie hier.

Tekst: Patricia de Ryck


Zie ook dit bericht.


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Peiling

Een discussie over inzet van vrijwilligers wordt niet gevoerd, maar is wel nodig
Eens
Oneens
Jouke Bethlehem (Bibliotheken Noord Fryslân) merkt op dat er nauwelijks enige discussie gevoerd wordt over de inzet van...
Lees meer en geef uw mening