HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
SIOB-idee: uitname provinciefonds voor contextualiseren van content
Wim Keizer
20-08-2012
Binnen het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB) leeft het idee dat een uitname uit het Provinciefonds wenselijk is om het door het SIOB noodzakelijk geachte 'contextualiseren van content' vorm te kunnen geven. 
Dat staat in een door Marian Pater en Norma Verheijen in juni 2012 geschreven Contourennotitie Digitale Bibliotheek. Deze notitie is door het SIOB ingebracht in de door OCW ingestelde werkgroep die OCW adviseert over bibliotheekwetgeving. In die werkgroep zitten behalve OCW zelf de VOB, het SIOB, VNG, IPO, de Koninklijke Bibliotheek (KB) en de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren (DBNL).
Het doel van de contourennotitie is in kaart te brengen welke elementen van de Digitale Bibliotheek (DB) binnen, maar ook naast het wetgevingstraject, vooral door de betrokken organisaties geregeld kunnen worden. Zoals bekend gaat het SIOB er, in tegenstelling tot de VOB, van uit dat er één digitale bibliotheek komt. De notitie beschrijft ook 'een aantal aspecten van de fysieke voorziening, met name op het gebied van collectiebeleid, die niet goed losgekoppeld kunnen worden gezien van de digitale voorziening'. 'Het gaat om het op strategisch niveau invulling geven aan een organisatiestructuur met financiële voorwaarden die een structurele inrichting van de DB voor een groot publiek ondersteunt, garandeert en versterkt.'

Inrichten redacties
De uitname uit het Provinciefonds komt ter sprake bij het bekostigingsmodel van de DB. Zoals er voor digitale content een uitname uit het Gemeentefonds is afgesproken tussen VNG en OCW, zou er ook een uitname uit het Provinciefonds kunnen zijn, zo meent het SIOB. 'Op een soortgelijke wijze als bij de uitname uit het Gemeentefonds wordt voorgesteld te komen tot het onttrekken van provinciale gelden om het contextualiseren van de content vorm te kunnen geven. Het gaat dan niet zozeer om het aankopen maar om het inrichten van redacties die zorgdragen voor het proces van contextualisering. Achterliggende gedachte is om de inmiddels opgebouwde expertise bij verschillende partijen (met name ook de Plusbibliotheken die nu door de provincies bekostigd worden) op dit terrein met elkaar te verbinden en structureel in te zetten ten behoeve van de digitale bibliotheek.' De notitie meldt dat bij 'provinciale gelden' bijvoorbeeld aan de WSF-gelden kan worden gedacht.

KB, OB’en en DBNL
Voor het vormgeven van de digitale bibliotheek wijst de notitie op het concept 'geïntegreerde bibliotheek', naast 'contextualisering' een sleutelbegrip in de SIOB-meerjarennotitie 2013-2016. Dit is een concept 'waarin de bibliotheek als voorziening centraal staat en inwoners in Nederland via diverse kanalen gebruik kunnen maken van zowel digitale als fysieke dienstverlening. Het bibliotheekstelsel zoals we dat voor ogen hebben, blijft alleen sterk als er naast digitale dienstverlening ook geïnvesteerd wordt in fysieke vestigingen', aldus de notitie. Er wordt op gewezen dat in de digitale bibliotheek met elkaar samenwerken de KB, de openbare bibliotheken en de DBNL. 'In de toekomst kan het samenwerkingsverband verder uitgebreid worden met andere partners (universiteitsbibliotheken, erfgoedinstellingen en publieke omroepen), zodat het algemene publiek op een eenduidige manier toegang kan krijgen tot een groot aantal digitale collecties van de publieke organisaties.'

Drie scenario’s infrastructuur
Voor de besluitvorming rond de ontwikkeling van de infrastructuur van de digitale bibliotheek ziet de notitie drie scenario’s:
  1. Er komt een overkoepelende stuurgroep die alle besluiten neemt t.a.v. de infrastructurele ontwikkeling en inkoop metadata voor de digitale bibliotheek, bijvoorbeeld onder het consortium GII [Gemeenschappelijke Informatie Infrastructuur, waarin UB’en, KB en VOB en Plusbibliotheken vertegenwoordigd zijn – red.].
  2. KB en SIOB vormen een eigen consortium voor strategische besluitvorming en beleid rond de infrastructuur van de digitale bibliotheek.
  3. Het SIOB neemt het voortouw namens alle partijen.
De notitie benoemt voor- en nadelen van de scenario’s:
'Scenario 1 heeft als voordeel dat alle partijen in de huidige samenwerking betrokken blijven en de digitale bibliotheek in samenhang wordt ontwikkeld. Omdat de universiteitsbibliotheken een internationale focus hebben en geen nationale, stellen zij andere eisen aan een infrastructuur. Dat zou nadelig kunnen zijn voor het tempo van innovatie van de digitale bibliotheek.
Scenario 2 doelt op een consortium waarin KB en SIOB zitting hebben en op strategisch niveau beslissingen nemen over de digitale bibliotheek. De besluitvorming over nieuwe ontwikkeltrajecten, het beheer van de infrastructuur en de bijbehorende services, vindt plaats binnen dat consortium.
Scenario 3 vergt een Sectorinstituut dat actief is voor de gehele sector (KB, UB en OB). Het SIOB zou dan optreden als strateeg en beleidsmaker en opdrachtgever aan uitvoerende partijen, namens de sector.'

Twee scenario’s beheer
Voor de organisatiestructuur rond het beheer van de infrastructuur ziet de notitie twee mogelijke scenario’s:
  1. Het SIOB richt een uitvoeringsorganisatie in waar Bibliotheek.nl onderdeel van uitmaakt, maar waar ook infrastructurele beheeractiviteiten van andere partners in ondergebracht worden.
  2. De diverse partners blijven dit apart doen.
Ook hier benoemt de notitie voor- en nadelen:
'Scenario 1 beoogt een landelijke uitvoeringsorganisatie die verbindingen aanbrengt tussen alle beheeractiviteiten. De feitelijke en juridische wijze van inrichten van deze organisatie is onderwerp van verdere uitvoering in de naaste toekomst. Voor een deel zal er sprake zijn van een bundeling van activiteiten op een centrale plaats, te vergelijken met de wijze waarop Bibliotheek.nl nu is ingericht, voor een deel kunnen activiteiten decentraal blijven plaatsvinden.
Scenario 2 vraagt geen verandering van de huidige situatie en dus ook weinig extra inspanningen. Nadeel van dit scenario is dat de samenhang binnen het stelsel niet wordt versterkt. Om de digitale bibliotheek op structurele basis te ontwikkelen, uit te rollen en te implementeren is meer samenhang wenselijk', zegt de notitie, die verder ook ingaat op collectiebeleid (inclusief e-content).

Status notitie
Gevraagd naar de status van de notitie (die niet op de SIOB-website staat) antwoordde Maria Heijne, directeur van het SIOB: 'Deze notitie is gemaakt als input voor OCW en is voor "interne" discussie gemaakt. Uiteraard vind je er enkele ideeën uit onze plannen in terug. Wij gaan zelf verdere uitwerking geven aan ons meerjarenplan, ervan uitgaande dat OCW ook het positieve advies [van de Raad voor Cultuur – red.] overneemt. Begrippen als geïntegreerde bibliotheek en contextualisering verdienen verdere uitwerking om goed begrepen en gehanteerd te worden. Hetzelfde geldt voor het idee van de "uitvoeringsorganisatie". Ik zou je adviseren daar even op te wachten.'
Deze reactie was geschreven voordat het commentaar van het SIOB op de VOB-strategie uitkwam, waarin ook wordt gesproken over 'de geïntegreerde bibliotheek' en 'contextualisering'.

Plan van aanpak 2012
De bekostiging van Bibliotheek.nl verloopt ingaande 2012 via het SIOB. In een brief van 29 november 2011 aan OCW, die samen met een Plan van aanpak digitale innovatie 2012 (PDF), is gepubliceerd op de SIOB-website, heeft het SIOB voor 2012 € 17.942.000 aan OCW-innovatiegeld aangevraagd.
In de inleiding van het plan zegt het SIOB zoveel mogelijk relevante taken en activiteiten bij Bibliotheek.nl te willen neerleggen, 'om Bibliotheek.nl in staat te stellen de beoogde centrale positie binnen het stelsel van openbare bibliotheken verder op en uit te bouwen. Er kunnen andere partijen worden ingeschakeld als dat niet anders kan of als beleggen bij Bibliotheek.nl ondoelmatig is. Daarbij zal het SIOB rekening houden met de relevante stand van zaken ten aanzien van alle tot nu toe uitgevoerde en lopende activiteiten.'

Tekst: Wim Keizer 


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (2)

Wim Keizer
23-8-2012 16:06
Ap de Vries, directeur van de VOB, liet mij naar aanleiding van de zin in bovenstaand artikel “Zoals bekend gaat het SIOB er, in tegenstelling tot de VOB, van uit dat er één digitale bibliotheek komt” het volgende weten:
De zinsnede “in tegenstelling tot de VOB” is pertinent onjuist en roept onterecht de suggestie op dat de VOB er rekening mee houdt dat er meerdere digitale bibliotheken zouden kunnen ontstaan. Het is een – essentiële – woordkwestie. Diverse keren hebben we geschreven (of woorden van gelijke strekking, ik doe het nu uit mijn hoofd): er komt een gezamenlijke digitale performance van de openbare bibliotheken, website, digitale diensten, e-contentpakket; omdat dat efficiënt is en om de ontwikkelkracht van de bibliotheken te benutten gebeurt dat vanuit één centrale plek, maar dat betekent nog niet dat er één landelijke digitale bibliotheek komt; er zijn 168 basisbibliotheken die gezamenlijk de digitale dienstverlening centraal laten ontwikkelen en implementeren.
De VOB benadrukt dit op deze manier omdat in de huidige tijd van bezuinigingen de term “de digitale bibliotheek” of “landelijke digitale bibliotheek” of ook gehoord “rijksgefinancierde digitale bibliotheek” kennelijk door gemeentebestuurders (en de VNG) wordt gelezen als een uitnodiging om extra te bezuinigen op hun lokale bibliotheek of de legitimatie voor hun financiële verantwoordelijkheid geheel ter discussie te stellen. Dat is een uiterst vervelend en in 2009 niet te voorzien neveneffect van het gebruik van deze term. De VOB probeert hem dan ook zo veel mogelijk te vermijden en het is een bewuste keuze dat hij in de nieuwe strategische brancheagenda niet of nauwelijks gebezigd wordt.
Wim Keizer
23-8-2012 16:12
Ik heb nog even goed gekeken naar de zin die Ap de Vries aanhaalt (“Zoals bekend gaat het SIOB er, in tegenstelling tot de VOB, van uit dat er één digitale bibliotheek komt.”), maar ik zie er niet een grote onvolkomenheid in, gezien de hele context van het artikel plus het feit dat de desbetreffende zin gelinkt staat naar het artikel over de SIOB-reactie zelf. Wel is het natuurlijk een heel korte samenvatting in een bijzin van het feit dat het SIOB anders over “de digitale bibliotheek” denkt dan de VOB.

O.a. in een brief die Diederik van Leeuwen van Bibliotheek.nl en Ap de Vries samen op 10 juli geschreven hebben naar de VOB-leden en relaties van VOB en BNL (bij een brochure “De onbegrensde bibliotheek’) vond ik duidelijk verwoord wat de VOB (en BNL) vinden: De digitale en de fysieke bibliotheek vormen een twee-eenheid. Er is geen separate, landelijke digitale bibliotheek.

Ik geloof echt niet dat ook maar iemand n.a.v. m’n korte samenvatting zou kunnen denken dat de VOB voorstander is van twee, drie of meerdere digitale bibliotheken. Wie er dat in leest, leest m.i. buiten elke context om alleen maar die ene zin.
Natuurlijk zijn er wel meerdere digitale bibliotheken te benoemen, zoals in Nederland de DBNL, of (ten dele al) de KB met haar gedigitaliseerde kranten, of de digitale bibliotheken (in wording) van Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië etc. of zelfs het hele internet, maar ik denk niet dat lezers door m’n zinnetje werkelijk denken dat de VOB daar rekening mee houdt.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Peiling

Nederlandse bibliotheken moeten zich actiever opstellen in het debat over kwesties als privacy en overheidssurveillance
Eens
Oneens
Amerikaanse bibliotheken lijken zichzelf van oudsher al meer dan Nederlandse bibliotheken te zien als hoeders van de democratische...
Lees meer en geef uw mening