HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
KB publiceert toelichting op CBS-cijfers
10-08-2016
De Koninklijke Bibliotheek (KB) heeft een acht pagina's tellend rapport gepubliceerd waarin een toelichting gegeven wordt op de bibliotheekcijfers die het CBS op 22 juli naar buiten bracht. 
In de toelichting (pdf), getiteld Bibliotheekstatistiek 2015 en opgesteld door Jeroen van den Tillaart en Theo Bijvoet, wordt onder andere ingegaan op het stabiliseren van het aantal bibliotheekleden en uitleningen in 2015, zoals reeds op 22 juli gemeld door het CBS in een persbericht. De op 22 juli bekendgemaakte CBS-cijfers zijn gebaseerd op de wettelijke gegevenslevering conform de Wsob, waaraan alle bibliotheken verplicht zijn bij te dragen. Dit voorjaar heeft voor de eerste keer de wettelijke gegevenslevering plaatsgevonden (voorheen verzorgd door de VOB via de ‘BIS-enquête’). Via het Bibliotheekonderzoeksplatform (BOP) hebben alle bibliotheken hun gegevens aangeleverd aan de KB. Vervolgens heeft CBS de gegevens geaggregeerd tot bibliotheekcijfers op landelijk niveau. Doordat de bibliotheken de gegevens vlot en kwalitatief goed hebben aangeleverd, kon de statistiek dit jaar ruim drie maanden eerder worden gepubliceerd dan vorig jaar, aldus de KB.

Leden
In de toelichting wordt er op gewezen dat het aantal volwassen leden in 2015 ten opzichte van 2014 met 3% daalde naar ongeveer 1,5 miljoen leden en het aantal jeugdleden in 2015 met 2% groeide naar 2,3 miljoen, waardoor per saldo het totale aantal leden gelijk blijft ten opzichte van 2014: 3,8 miljoen. Een belangrijke reden waarom het aantal jeugdleden van de Bibliotheek blijft groeien (tot in 2015 61% van het totale ledenbestand.) is het succes van het in 2008 gestarte
leesbevorderingsprogramma Kunst van Lezen (met BoekStart en de Bibliotheek op school), aldus het rapport.

Uitleningen
Het aantal uitleningen van jeugdboeken groeide in 2015 met 6% ten opzichte van het jaar ervoor naar 37,7 miljoen. Het aantal uitgeleende boeken voor volwassenen nam met 3% af tot 35,7 miljoen. Daarmee werden er in 2015 voor het eerst meer jeugdboeken dan boeken voor volwassenen uitgeleend. Per saldo bleef het aantal uitleningen (73,4 miljoen) van papieren boeken in 2015 ongeveer gelijk. Fictie en verhalen waren in 2015 goed voor 82% van alle uitleningen van papieren boeken. Non-fictie wordt steeds minder uitgeleend.

E-books
In 2015 werden bijna 86.000 nieuwe e-bookaccounts aangemaakt via de portal bibliotheek.nl. Daarmee kwam het totaal aantal bibliotheekleden met een ebookaccount eind 2015 op bijna 240.000. Hiervan kunnen ruim 234.000 accounts worden toegewezen aan een specifieke bibliotheek. Van alle e-bookaccounts behoort 85% toe aan volwassenen (ruim 198.000 accounts). Op ruim 130.000 accounts werd in 2015 ten minste één boek geleend. De e-books voor volwassenen werden in totaal bijna 1,5 miljoen keer uitgeleend, de jeugdtitels ruim 144.000 keer. (De beschikbare 11.000 e-books zijn overwegend gericht op volwassenen.) De boeken van de VakantieBieb werden ruim 2,2 miljoen keer gedownload, vaak door personen die geen lid zijn van een openbare bibliotheek, aldus het rapport. (De VakantieBieb-app werd in 2015 629.000 maal gedownload.)

Collectie 
De collecties van boeken, muziek-cd’s en bladmuziek zijn de afgelopen 10 jaar gekrompen, zo wordt in het rapport vastgesteld. (Sinds 2005 is het aantal materialen in de Nederlandse bibliotheekcollecties teruggelopen van 35.440.000 naar 25.254.000 in 2015, zo blijkt uit de CBS-cijfers. Het aantal boeken liep in dezelfde periode terug van 31.269.000 naar 23.129.000). Een exemplaar van een willekeurig jeugdboek werd in 2015 gemiddeld 3,4 keer uitgeleend. Dat is minder vaak dan in 2005 toen dat nog 4,4 keer per jaar was, maar vaker dan in 2014 (3,2 keer). Ook voor de boeken voor volwassenen geldt dat ze in 2015 gemiddeld vaker uitgeleend werden dan het jaar ervoor (3,0 in 2015 versus 2,8 keer in 2014), aldus het rapport.

Personeel
De KB constateert dat na een periode van krimp van het personeelsbestand gedurende de periode 2010-2013 (van 9100 naar 6700), in de jaren 2014 en 2015 een stabilisering te zien is. Over de inzet van vrijwilligers meldt het rapport: 'Exacte cijfers over de inzet van vrijwilligers zijn er niet, maar op basis van de gegevens van de bibliotheken die hierover gegevens konden aanleveren blijkt dat vrijwel iedere bibliotheek gebruikmaakt van vrijwilligers en dat het in totaal om meer dan 10.000 vrijwilligers gaat. Dat is aanzienlijk meer dan wat in 2010 naar voren kwam uit de BISenquête. Toen ging het naar schatting om minder dan 7.000 vrijwilligers.'

Financiën
In 2015 bestond 80% van de inkomsten van bibliotheken uit gemeentelijke subsidies en bijdragen. Subsidies en bijdragen van provincies en andere instellingen zijn goed voor 3% van de inkomsten van bibliotheken. Een tweede belangrijke inkomstenbron zijn de inkomsten van gebruikers, zoals abonnementsgelden. Deze dragen 12% bij aan de totale baten. Dit beeld van de inkomsten van bibliotheken is de laatste jaren onveranderd gebleven, aldus het rapport. De gemeentelijke subsidies zijn ten opzichte van 2014 met 1,5% gedaald.
De belangrijkste kostenpost voor bibliotheken is het personeel. 47% van de lasten van bibliotheken bestaan uit kosten voor het personeel. Huisvestingskosten volgen daarna met 24%. Andere belangrijke kostenposten voor bibliotheken zijn de mediakosten. Hieronder vallen de aanschaf van alle fysieke media en de afdracht van leenrecht. Tot slot bestaat 9% van de uitgaven van bibliotheken uit administratie- en automatiseringskosten. Het uitgavenpatroon van de bibliotheken is net als het inkomstenpatroon de afgelopen jaren vrijwel ongewijzigd gebleven.

In een bericht op de website van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) stelt Tineke van Ham, voorzitter van de Stichting Samenwerkende Provinciale ondersteuninstellingen Nederland (SPN), overigens dat de CBS-cijfers geen correct beeld geven van de bijdragen en inspanningen van de provincies. De werkelijke bijdrage van de provincies aan de POI'en over 2015 bedraagt 35,5 miljoen euro. De 10 miljoen uit de cijfers van CBS is wat er rechtstreeks door lokale bibliotheken (met name Plusbibliotheken) aan provinciale steun is ontvangen, aldus Van Ham. De totale bijdrage van provincies aan het bibliotheekstelsel komt daarmee op  45,5 miljoen euro.
 
De bijdrage van de provincies aan de POI's is licht gestegen, van 35,3 miljoen euro in 2014, naar ruim 35,5 miljoen in 2015. Sinds 2005 wordt de bijdrages van de provincies aan de POI's niet meer meegenomen in de CBS-gegevens. Van Ham: 'Wij dringen sterk aan op het terugdraaien van de beslissing van 2005. De POI's hebben jaarlijks zelf geïnventariseerd wat zij van de provincies hebben ontvangen. Deze gegevens leveren wij graag aan, zodat de cijfers ook weer historisch vergelijkbaar worden. Op die manier doen we ook recht aan de werkelijke bijdrage van de provincies aan het bibliotheekstelsel.'
Vanaf 2017 worden ook de POI's bevraagd in het kader van de wettelijke gegevenslevering. In de bibliotheekstatistiek van het CBS over 2016 zou de provinciale laag goed zichtbaar moeten zijn, zo meldt de VOB.
In het jaarverslag 2015 van ProBiblio is een overzicht van alle provinciale subsidies te vinden (op pagina 5).


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (1)

Wim Keizer
15-8-2016 16:17
Mooi dat er nu eindelijk aandacht bestaat voor de subsidies die de provincies aan POI'en verstrekken (in 2015 35,5 miljoen euro).
Ik ben nog wel benieuwd hoe KB en CBS komen aan de genoemde 10 miljoen euro (in 2015) van provincies aan bibliotheken. Dit bedrag is gebaseerd op opgaven van de betrokken bibliotheken zelf. De KB kan daar zonder toestemming geen gespecificeerde opgaven van doen. Maar het is een ander bedrag dan bekend was en is bij de SPN.
Voor een deel zal het subsidie zijn aan de Plusbibliotheken in Overijssel, Gelderland en Zeeland, maar dat is samen geen 10 miljoen. Hier en daar was (of is) er ook nog projectensubsidie.
Ik probeer te achterhalen waar die 10 miljoen uit bestaat. Wie mij daarbij kan helpen is van harte welkom.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie