HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Karmac, ofwel: wie mee wil tellen, is ondernemend; 'We gebruiken allemaal dezelfde woorden'.
Wim Keizer
21-03-2014
Bij veel lokale politici hebben de begrippen 'jong, nieuw, ondernemend en commercieel' een heel positieve klank. Dat brengt oude, eerbiedwaardige, publieke non-profit-instellingen als openbare bibliotheken in een defensieve positie. 'Commercieel' wordt ook vaak geassocieerd met 'efficiënt en goedkoper' en dat is mooi meegenomen in een tijd waarin gemeenten drastisch moeten bezuinigen. Ik weet niet of ze helemaal waar zijn, maar ik zie in bovengenoemde stellingen wel een verklaring voor het feit dat een bedrijf als Karmac Bibliotheek Service terrein lijkt te winnen in de argumentatie pro en contra 'commercieel bibliotheekwerk'.
Karmac, ofwel: wie mee wil tellen,  is ondernemend; 'We gebruiken  allemaal dezelfde woorden'.
Oostzaan
In de gemeenteraad van het kleine Oostzaan (9100 inwoners) is uitvoerig vergaderd over de vraag of de gemeente verder moet gaan met de huidige bibliotheek van 'De Bieb voor de Zaanstreek' of moet kiezen voor Karmac Bibliotheek Service.
Met de kleinst mogelijke meerderheid besloot de raad nog twee jaar door te gaan met De Bieb. Bibliotheekblad.nl besteedde er aandacht aan, niet omdat Oostzaan zo belangrijk is, maar omdat de discussies die daar gevoerd werden zich ongetwijfeld ook in andere gemeenten afspelen of nog zullen afspelen.

Prijskaartje
Eén voor de hand liggend argument pro-Karmac is natuurlijk het prijskaartje. Met meteen erbij de vraag: als Karmac zo veel goedkoper is, kan het aanbod dan wel gelijkwaardig zijn?
Voor de reguliere openbare bibliotheken zou het eerlijk zijn als er sprake is van een volstrekt gelijkwaardig speelveld ('level playing field'). Velen wijzen erop dat dit niet het geval kan zijn: Karmac volgt niet de CAO Openbare Bibliotheken, draagt niet bij aan het Pensioenfonds Openbare Bibliotheken, hoeft niet te voldoen aan certificeringseisen en is geen lid van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB). Maar in de VOB-contributies van de reguliere bibliotheken zit o.a. wel een bijdrage voor de Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB), die campagnes ook uitvoert voor bibliotheken. En hoe zit het bij bedrijven en bibliotheken met de BTW? Vraag is wel of bibliotheken tevreden zouden zijn als Karmac Bibliotheek Service morgen lid van de VOB wil worden.
Ook speelt natuurlijk de bijdrage voor de landelijke digitale content ('omslaggeld voor Bibliotheek.nl'). Maar hier geldt dat de geplande onttrekking uit het Gemeentefonds alle gemeenten betreft, dus ook Oostzaan (als zij Karmac-gemeente zou worden). Het onttrokken geld zal ingaand 2015 via een aantal procedures naar de Koninklijke Bibliotheek (KB) gaan en inwoners van Karmac-gemeenten zullen gewoon gebruik mogen maken van de landelijke digitale bibliotheek van de KB. Daar zal de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), die niets tegen Karmac heeft, zeker op aandringen.

Geen verplichtingen
Ik ben voor een eerlijk speelveld. Probleem is echter dat nergens officieel bepaald wordt dat er zo’n eerlijk speelveld moet zijn en dat ook het voorstel-Stelselwet er niets over vastlegt. Gemeenten zijn er vrij in wel of geen bibliotheek in stand te houden en als ze er voor kiezen het wel te doen zijn ze volkomen vrij in de keus voor het type bibliotheek. Minister Jet Bussemaker valt haar partijgenoot in Waterland, PvdA-wethouder Bert Schalkwijk, niet af en zegt in haar antwoord op Kamervragen hierover: 'In algemene zin kan gesteld worden dat er in Nederland geen commerciële bibliotheken zijn. Dat wil zeggen: organisaties die zonder subsidie, tegen marktprijs, boeken (fysiek of digitaal) verhuren of uitlenen. In enkele gevallen komt wel de volgende situatie voor. Gemeenten willen dat voor hun inwoners een bibliotheek beschikbaar is en verstrekken een commerciële partij een budget om de gewenste diensten te leveren. Het bibliotheekwerk in de gemeente Waterland wordt op deze manier uitgevoerd. Indien aan de voorwaarden van het wetsvoorstel – zoals het vervullen van de vijf functies – wordt voldaan, past deze vorm binnen het Nederlandse openbare bibliotheekstelsel. De keuze voor de uitvoerder van het bibliotheekwerk is een gemeentelijke bevoegdheid en verantwoordelijkheid.'
Ik weet niet of de Karmac-bibliotheek in Waterland aan alle vijf functies gaat voldoen, maar Bussemaker formuleert het nogal losjes en een punt is vooral dat de bepalingen in het wetsvoorstel weinig tot niets voorstellen, daar niet naleven van de wet geen boetes oplevert: 'Wettelijk toezicht en wettelijke sancties passen niet bij het karakter van onderhavig wetsvoorstel', zegt de toelichting, waarin ook wordt uitgelegd waarom gemeenten niet verplicht kunnen worden een bibliotheek in stand te houden: 'Een bekostigingsplicht of zorgplicht verhoudt zich niet tot de algemene beleidslijn bestuurlijke verantwoordelijkheden op een zo laag mogelijk niveau te leggen. Ook zou – conform de systematiek van de Financiële verhoudingswet – geregeld moeten worden dat de financiële consequenties van een zorgplicht of bekostigingsplicht kunnen worden opgevangen door de gemeente. Daar is binnen de OCW- of rijksbegroting geen financiële ruimte voor.'

Diepere lagen en taal

Zoals ik in het begin al aangaf, zie ik in de discussies over Karmac diepere, emotionele lagen, tot taalkundige aan toe. Er is meer dan de oppervlakkige vraag of Karmac bij een gelijk speelveld wel goedkoper kan zijn. Waar het ook, en misschien wel vooral, om gaat is dat je tegenwoordig jong en ondernemend moet zijn om positief over te komen. Ook in de discussie in Oostzaan bleek dat dergelijke associaties meespeelden, er werd met enige vertedering gesproken over 'het nog jonge bedrijf Karmac Bibliotheek Service'.
Ik heb het in een column in Bibliotheekblad al eens gesignaleerd: de VOB noemt bibliotheken 'maatschappelijke ondernemingen' en zichzelf een vereniging van maatschappelijk-ondernemers. Maar op de site van adviesbureau Questum van Thijs Kuipers (oud-directeur Biblioplus en Bibliotheek Eindhoven) las ik dat ook Kuipers zijn bureau een maatschappelijke onderneming noemt. Is Questum al lid van de VOB? En in een 'position paper' van de Stichting Samenwerkende PSO’s Nederland (SPN) zag ik, u raadt het al, dat PSO’s maatschappelijke ondernemingen zijn. Kennelijk willen al deze instellingen hiermee uitdrukken dat ze jong en dynamisch zijn.

Ik heb er grote twijfels bij of dergelijke taalkundige manoeuvres op den duur wel zullen helpen en denk zelfs dat ze er toe kunnen bijdragen dat echte ondernemers als Karmac eerder terrein zullen winnen. Politici zullen, mag ik hopen, aanvoelen wat echt en wat onecht is. Ik hou niet van 'doen alsof' en zet me liever in voor een publieke instelling die zich er niet voor schaamt gewoon publiek te zijn dan voor een zogenaamde 'maatschappelijke onderneming'. In Bibliotheekblad van maart 2014 legt Ap de Vries, directeur VOB, uit dat het gaat om ondernemerschap als mentaliteit (kansen creëren, beter zichtbaar zijn, eigen initiatief). Maar zo’n term als 'maatschappelijke onderneming' krijgt steeds minder betekenis naarmate meer uiteenlopende figuren, bureautjes en instellingen zich ervan bedienen.

Vloeibaar
Wat ons ook niet helpt is dat de huidige rijksoverheid publiek en privaat steeds meer door elkaar laat lopen. Dat wordt nog het beste geïllustreerd in de nota die minister Plasterk in juni 2013 publiceerde over de doe-democratie. Daarin staat o.a. te lezen: 'Een veel gehanteerd schema is de driehoek overheid-markt-gemeenschap. Tussen de drie domeinen zijn bewegingen gaande, de grenzen tussen publiek en privaat – maar ook tussen overheid, markt en gemeenschap – worden vloeibaar. Bedrijven opereren primair op het domein van de markt, maar kunnen – zoals de ROB [Raad voor het Openbaar Bestuur – wk] constateert – de realisatie van publieke taken overnemen. Zo treffen we in het publieke domein (waar de doe-democratie zich afspeelt) marktpartijen die publieke diensten verlenen, maar ook verstatelijkte maatschappelijke instellingen die leven van overheidssubsidies of -opdrachten (denk aan welzijnsinstellingen en woningcorporaties). Zowel ROB als WRR [Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid – wk] beschrijven hoe onderwijsorganisaties, zorginstellingen en woningcorporaties begonnen als maatschappelijke organisaties die publieke taken uitvoerden, na verloop van tijd min of meer onderdeel werden van de overheid, vervolgens eind vorige eeuw weer op afstand werden geplaatst, en nu naarstig op zoek (moeten) zijn naar hun oorspronkelijke wortels: de gemeenschap.
Daarnaast zien we in de markt steeds meer voorbeelden van sociale ondernemers, die weliswaar bedrijfsmatig werken, maar bij wie de oplossing van een maatschappelijk vraagstuk voorop staat. Dicht bij deze bijzondere groep ondernemers staat het maatschappelijk verantwoord ondernemerschap waar echter wel winst maken de eerste drijfveer is.
Veel puzzels over de toekomstige samenleving ontstaan doordat mensen geneigd zijn te zeer uit te gaan van de klassieke scheiding tussen de drie domeinen overheid, markt en gemeenschap. In praktijk ontstaan geregeld innovatieve mengvormen waar professioneel en betrokken gewerkt wordt, met (aanzienlijk minder, maar toch) overheidsmiddelen, en met een ondersteunende en controlerende rol van sterk naar buiten gerichte ambtenaren.'
Tot zover de doe-democratie.

Typen ondernemer
Je kunt dus zeggen dat we bij het verschijnen van bedrijven op 'de bibliotheekmarkt' onderscheid moeten maken tussen 'sociale ondernemers', 'ondernemers die maatschappelijk verantwoord ondernemen' en 'alleen op winst beluste ondernemers'. De laatste categorie bestaat uit de slechteriken. En dan hebben we ook nog de 'maatschappelijke ondernemers' en de 'culturele ondernemers'. De vorig jaar verzelfstandigde Stichting Bibliotheek Rotterdam heeft nu de uitdaging om aan cultureel ondernemerschap te doen en de eigen broek op te houden, zo vond wethouder A.J.M. Laan. Maar directeur Gert Staal meende in de discussie over een onzorgvuldige verzelfstandiging (te weinig geld meegekregen) dat je eerst wel een broek van de overheid moet hebben gekregen om haar vervolgens zelf te kunnen ophouden.

Met een beetje vies gezicht wordt Karmac 'commercieel' (d.w.z. 'op winst belust') genoemd, maar misschien is het wel een sociale ondernemer in de geest van Plasterk. In elk geval in de geest van PvdA-wethouder Bert Schalkwijk van de gemeente Waterland in zijn verkiezingsspotje. Dat heeft overigens niet geholpen: de PvdA is er gehalveerd (van 2 zetels naar 1).

Ondernemerschap als pose
Al die positieve associaties met het begrip ondernemerschap lopen door politieke partijlijnen heen, hoewel ik wel denk dat partijen als SP en GroenLinks er minder van moeten hebben dan bijvoorbeeld D66, VVD, CDA of PvdA. Zoals de interessante rubriek 'Haagse invloeden' van Tom-Jan Meeus in NRC Handelsblad van zaterdag 25 januari 2014 aangaf, kom je 'ondernemerschap als mentaliteit of anders als pose overal in de moderne politiek tegen, ook waar je het niet onmiddellijk verwacht'. Meeus bezocht een avond van Rode Ondernemers, 'kosmopolieten die zakelijk instinct paren aan iets van een links hart'. Meeus constateert dat in Den Haag ook nog gewoon aan politiek wordt gedaan en dat het besef bestaat dat de verzelfstandiging van overheidsdiensten en -bedrijven vanaf de jaren tachtig vooral slechtere dienstverlening en hogere tarieven heeft gebracht. Maar hoe het dan wel moet, weet men ook nog niet. Daardoor resteert politici volgens hem niet veel anders dan te flirten met het imago en gedrag van ondernemers.
Meeus: 'Zo kon ondernemerschap een aspiratiebron voor de meest uiteenlopende politici worden – zie de Rode (en sociale) Ondernemers. Zo kreeg ondernemerschap de functie van rechtvaardigste mondiale verdelingsmechanisme toebedeeld – zie Ploumen [minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking – wk]. En zo werd ondernemerschap ook voor links een middel om het effect van miljardenbezuinigingen te bestrijden – zie Bert Otten. Met de laatste, oud-vice-voorzitter van de PvdA en oud-wethouder van Hengelo, heeft Meeus een gesprek. Otten werkt bij adviesbureau Radar Advies. Samen met andere sociale ondernemers is hij al druk bezig in te springen op de drie grote decentralisaties. Bureaus verdienen eraan en gemeenten voelen zich geholpen ('win-win-situaties'). Otten zegt dat iedereen die in deze sector iets voor elkaar wil krijgen zich moet voordoen als ondernemer. 'We gebruiken allemaal dezelfde woorden.'

[Wie het hele artikel, met de kop 'Ondernemende politici die verdienen aan bezuinigingen', tegen betaling digitaal wil lezen, kan inloggen op de NRC-site – NRC Media BV is een commerciële onderneming met een maatschappelijke taak – wk].

Wim Keizer



Print deze pagina

Reacties op dit artikel (7)

Anketrien Schillhorn van Veen
31-3-2014 13:22
Interessant artikel Wim! Is ondernemerschap een vies woord in de bibliotheekwereld of is het noodzakelijk om te overleven?
Aanstaande donderdag organiseert TerSprake het congres Hard/t voor de Zaak wat inzicht geeft in hoe je medewerkers krijgt met hart voor de klant en ook voor zakelijke resultaten.
Dat kan binnen de bestaande bibliotheekorganisatie absoluut een boost krijgen door er alleen al aandacht voor te hebben en je medewerkers te wijzen op kansen.
Mooi dat het wat dat betreft 'rommelt' in bibliotheekland. Zo worden er heel wat slapende honden wakker gemaakt en dat kon nog wel eens een groot effect hebben in het ondernemerschap en de klantgerichtheid van bibliotheken!





 
Wim Keizer
1-4-2014 14:19
Ben beniewd of TerSprake ook een maatschappelijke onderneming is.
Ik signaleerde naast maatschappelijke ondernemers culturele ondernemers, sociale ondernemers, maatschappelijk verantwoord ondernemende ondernemers en op winst beluste ondernemers, maar wellicht zie ik nog  wat typen ondernemers over het hoofd.
Wim Keizer
2-4-2014 21:28
“Commercieel bibliotheekwerk” en de rol van Karmac houdt de gemoederen bezig.

Mark Deckers besteedde er aandacht aan in http://www.markdeckers.net/2014/04/karmac-is-de-nieuwe-polare.html.
Hij wil met Meine Breemhaar van Karmac “de dialoog” aangaan.
Ik associeer “de dialoog aangaan” vooral met de Rooms-Katholieke Kerk die ook altijd “de dialoog wilde aangaan”, maar ondertussen geen centimeter van standpunt wilde veranderen. Ben dus benieuwd wat deze dialoog tussen Meine Breemhaar (sociale ondernemer?) en Mark Deckers (die – ik weet niet of hij het zelf al wel weet – werkt bij de maatschappelijke onderneming Rijnbrink Groep) ons aan nieuwe inzichten gaat opleveren.

Jeanine Deckers vindt dat Karmac ten onrechte de term “commercieel bibliotheekwerk” gebruikt: http://www.tenaanval.nl/de-commerciele-bibliotheek/.
Ook minister Bussemaker zei in dit verband dat er geen commerciële bibliotheken bestaan, maar wel dat er commerciële partijen kunnen zijn die met een budget van een gemeente bibliotheekdiensten uitvoeren (met als voorbeeld Waterland).

Frank Huysmans publiceerde 1 april een blog met de kop “Commercieel bibliotheekwerk: doel heiligt middelen”: http://warekennis.nl/. Hij schrijft daarin o.m.: “Zonder commerciële bedrijvigheid ligt de dienstverlening van de overheid aan burgers op haar gat. Het opiniestuk van Wim Keizer waarin hij het ondernemerschap als een beleidsmodieuze gril beschrijft, gaat hieraan ten onrechte voorbij. Daarbij komt nog dat veel publieke taken geheel zonder overheidssubsidie door bedrijven worden uitgevoerd. De uitgeverijsector bijvoorbeeld, die boeken, kranten, tijdschriften en webdiensten publiceert. Denk ook aan commerciële nieuwszenders en -bulletins als Business Nieuws Radio en RTL Nieuws/RTL-Z”. Aldus Frank Huysmans in een blog over commercieel bibliotheekwerk, naar aanleiding van mijn gastblog hierboven.

Ik heb geen ware kennis en ben meer van de gissingen en weerleggingen (trial and error). Zolang een bewering niet overtuigend weerlegd is, kan zij waar zijn. Alle kennis is voorlopig, er bestaan geen meningsvrije feiten. Wel feitenvrije meningen.
Tot die laatste reken ik enkele uitspraken van Frank Huysmans hierboven. Hoe komt hij er bij dat ik er ten onrechte aan voorbij ga dat de dienstverlening van de overheid aan de burgers zonder commerciële bedrijvigheid op zijn gat zou liggen? Ik heb niets tegen commerciële bedrijvigheid, integendeel, en zie net zo goed als Frank dat deze noodzakelijk is voor de publieke dienstverlening van de overheid. Ik zie niet in waar in m’n stuk ik daaraan ”voorbij zou gaan”
Ook beschrijf ik “het ondernemerschap” niet als een beleidsmodieuze gril. Wat ik wel beweer is dat het overvloedige gebruik van termen als “sociale ondernemer” en vooral “maatschappelijke ondernemer” mij een modieuze gril lijkt.
Nu moet ik lezen dat ook de eenmanszaak Ware Kennis een “maatschappelijke onderneming” is. Dat zie ik als steuntje in de rug voor mijn gedachte dat dit een door velen gebezigde, modieuze woordkeus is en ook als bevestiging van m’n uitspraak dat zo’n term als “maatschappelijke onderneming” steeds minder betekenis krijgt naarmate meer uiteenlopende figuren, bureautjes en instellingen zich ervan bedienen. Het geldt m.i. vooral als deze gebruikt wordt door publieke instellingen (geheel of voornamelijk door de overheid gesubsidieerde instellingen met een publieke functie). Ik werd daarin gesterkt door het door mij aangehaalde artikel uit NRC Handelsblad van Tom-Jan Meeus.
Huysmans voegt meteen aan zijn beweringen over mijn opiniestuk toe dat de uitgeverijsector een voorbeeld biedt van publieke taken uitvoeren door bedrijven zonder overheidssubsidie. Hèhè, Frank, dat is toch precies wat ik aan het eind in m’n noot over NRC Media BV ook beweer.
Goed lezen is een kunst, zullen we maar zeggen.

Met veel in zijn Frank zijn stuk ben ik het wel eens, vooral ook de slotzinnen. Overigens denk ik niet dat publieke instellingen per definitie minder effectief en efficiënt zijn (of hoeven te zijn) dan commerciële bedrijven (met wat voor type ondernemerschap die zich ook willen tooien). Bureaucratie woekert ook in bedrijven en ik hoef de pagina van de ombudsman in m’n regionale dagblad er maar op na te slaan om te zien hoe vaak bedrijven miskleunen als het gaat om klantgerichtheid. Maar ook goede voorbeelden komen daar voorbij.
Ik ken geen cijfers waarin het totaal aan Nederlandse bedrijven op een aantal essentiële punten is vergeleken met Nederlandse publieke instellingen, maar ik betwijfel of bedrijven het in z’n algemeenheid beter doen dan gesubsidieerde, publieke instellingen.
Frank Huysmans
6-4-2014 22:33
Beste Wim,
goed lezen is een kunst, schrijf je. Dat geldt voor ons allebei, constateer ik. Want van (lang) niet alles wat ik in mijn stuk schrijf, schrijf ik dat jij in jouw stuk het tegendeel beweert. Wel poneer je je twijfels bij het begrip 'maatschappelijke onderneming'. Dat je er je twijfels bij hebt, is je goed recht. Als ik om me heen kijk, zie ik veel kleine ondernemingen ontstaan die aan het helpen oplossen van een sociaal probleem een bescheiden inkomen en (vooral) bevrediging ontlenen. Dat geldt ook voor mij en voor WareKennis (N.B. als je even verder geklikt en gelezen had naar het bedrijfsprofiel had je mij en jezelf die overbodige passage over de naamgeving kunnen besparen). Toen ik voltijds in loondienst werkte, hoefde ik me over mijn maandelijkse inkomen geen zorgen te maken. Nu wel, maar ik prijs me gelukkig dat ik een manier van opereren heb gevonden die beter bij me past dan werken in een (bureaucratische) organisatie, en waarbij ik probeer op bescheiden schaal de erosie van de publieke sfeer tegen te gaan. Daarbij past mijns inziens het etiket 'maatschappelijke onderneming'. Dat het ook door anderen in een minder 'eerlijke' betekenis wordt gebruikt, zal zo zijn. En dus moeten de goeden maar weer onder de kwaden lijden, Wim?
Wim Keizer
8-4-2014 11:43
Beste Frank,
Ik vind het nooit fijn als goeden onder kwaden lijden, maar probleem in de hele discussie over al die typen ondernemers in, naast en buiten het publieke domein vind ik nu juist dat het volgens mij heel lastig is goed van kwaad te onderscheiden. Ik zal proberen uit te leggen waarom ik dat vind.
Op z’n minst zo lastig lijkt mij: collectieve belangenbehartiging van private belangenbehartiging te onderscheiden. Daar draagt de rijksoverheid aan bij door in de door mij aangehaalde nota over “de doe-democratie” te beweren: “Een veel gehanteerd schema is de driehoek overheid-markt-gemeenschap. Tussen de drie domeinen zijn bewegingen gaande, de grenzen tussen publiek en privaat – maar ook tussen overheid, markt en gemeenschap – worden vloeibaar”. En: “Veel puzzels over de toekomstige samenleving ontstaan doordat mensen geneigd zijn te zeer uit te gaan van de klassieke scheiding tussen de drie domeinen overheid, markt en gemeenschap. In praktijk ontstaan geregeld innovatieve mengvormen waar professioneel en betrokken gewerkt wordt, met (aanzienlijk minder, maar toch) overheidsmiddelen, en met een ondersteunende en controlerende rol van sterk naar buiten gerichte ambtenaren.”

Vroeger was het eenvoudiger. Voor de collectieve belangen, te betalen uit belastinggelden, had je overheidsdiensten of non-profit-instellingen met subsidie. Omdat het ging om collectieve belangen betaalde iedereen via belastinggeld mee, ook al waren er mensen die – zoals bij bibliotheken – er zelf nooit gebruik van maken. O.a. de bibliotheek was een “merit good”.
Voor de privébelangen had je commerciële bedrijven, waarbij het er niet toe deed hoe die hun winsten aanwendden. Maar maakten ze geen winst en raakte hun eigen vermogen op, dan gingen ze failliet. Dat is nog steeds zo, behalve bij “systeembanken” die failliet dreigen  te gaan: ook die krijgen belastinggeld ;-).

Ik proef uit de reactie van Frans Bergfeld op jouw stuk bij hem een terugverlangen naar de eenvoud. Karmac is in zijn optiek gewoon een commercieel bedrijf dat zijn winst niet ten goede laat komen aan een collectief (publiek) belang.

Maar volgens mij is het ingewikkelder geworden (of gemaakt).
Ik signaleerde op z’n  minst twee bewegingen:
- Non-profit-instellingen, zoals bibliotheken, zijn zichzelf “maatschappelijke ondernemingen” gaan noemen (nadat ze zichzelf eerst al een poosje als “culturele ondernemers” hadden betiteld). Maar ook bedrijfjes, zoals het jouwe of dat van Thijs Kuipers, noemen zich maatschappelijke onderneming. Toch lijken het mij verschillende soorten onderneming.
- De nota van minister Plasterk over de doe-democratie benoemt speciaal “sociale ondernemers” en “ondernemers die maatschappelijk verantwoord ondernemen”.
De nota definieert “sociale ondernemers” als: “ondernemers, die weliswaar bedrijfsmatig werken, maar bij wie de oplossing van een maatschappelijk vraagstuk voorop staat”.
Zoals ik het lees, zou ook op jouw WareKennis dit etiket “sociale ondernemer” kunnen passen, net zo goed als of misschien nog wel beter dan “maatschappelijk ondernemer”. Want jij zegt (had ik al gelezen): “Mijn positiebepaling ten opzichte van bedrijvigheid in de publieke sector is niet vreemd aan het feit dat ik met mijn eenmanszaak WareKennis voor een belangrijk deel werk voor gesubsidieerde instellingen. (…). Tegelijkertijd zie ik WareKennis als een maatschappelijke onderneming, die erop is gericht de publieke informatievoorziening door een periode van digitale disruptie te helpen loodsen. Kennisverspreiding en kennisdeling zie ik als belangrijke instrumenten daarbij.”

De nota van Plasterk zegt meteen na de sociale ondernemers: “Dicht bij deze bijzondere groep ondernemers staat het maatschappelijk verantwoord ondernemerschap waar echter wel winst maken de eerste drijfveer is.”
Ik concludeerde zelf (als grapje) dat de slechteriken dan blijkbaar “de alleen op winst beluste ondernemers” zijn. Zijn dat misschien die kwaden waar de goeden, zoals jij, onder moeten lijden? Het zou kunnen, maar het valt ook wel te betwijfelen. Is dat hele onderscheid van Plasterk eigenlijk zinvol? Ik vind het wel fijn dat de paar bedrijven van welke ik aandelen heb winst maken. Met de koerswinst en het dividend doe ik weer maatschappelijk mooie dingen, zoals lid zijn van een bibliotheek waar ik zelf nauwelijks gebruik van maak.
Is met een sigarettenfabriek als Philip Morris een maatschappelijk belang gemoeid? Je zou kunnen zeggen van niet (roken is slecht voor de gezondheid), maar de ermee gepaarde werkgelegenheid vertegenwoordigt kennelijk, gezien alle commotie, een duidelijk maatschappelijk belang (n.l. werkgelegenheid).
Is Microsoft een maatschappelijk ondernemer? Bill Gates geeft met zijn foundation heel wat weg aan goede, ook maatschappelijke doelen. Dus: welke ondernemer is nu eigenlijk géén maatschappelijke ondernemer? Ik vind dat hele onderscheid in typen ondernemer nogal aanvechtbaar. En zeker het begrip “maatschappelijke onderneming” lijkt me steeds minder onderscheidend te worden. Maar misschien kun jij mij, Frank, uitleggen wanneer dit begrip “in een minder ‘eerlijke’ betekenis” wordt gebruikt?

Ik ben, wat bibliotheekwerk betreft, het begrip “maatschappelijk ondernemer” tegengekomen in het VOB-jaarverslag 2012: de VOB wil in het kader van de branchestrategie ondernemerschap versterken en vindt zichzelf eigenlijk een “vereniging van maatschappelijk-ondernemers”. De VOB organiseert ook masterclasses “maatschappelijk ondernemen” voor bibliotheekdirecteuren, gegeven door Cubiss en Tias Nimbas. Ik signaleerde het in m’n gastblog op 28 augustus: http://www.bibliotheekblad.nl/nieuws/nieuwsarchief/bericht/1000004478 .
Ook Acta Advies (Hans Veen) en Peter van Eijk (PBF Innovatie) geven dergelijke masterclasses.
PSO Cubiss noemt zichzelf een maatschappelijke onderneming. Het zou me niet verbazen als Acta en PBF Innovatie zichzelf ook zo zien.
De maatschappelijke ondernemer leert zijn leerlingen maatschappelijk ondernemer te worden! Overigens noemen de PSO’s zich, om precies te zijn, “maatschappelijke ondernemingen zonder winstoogmerk”. Zie het position paper van de SPN: http://media.wix.com/ugd/f965eb_62163a621db0476e83833d87877e6019.pdf (op http://www.stichtingspn.nl/ ).
Dat maakt het nòg ingewikkelder: er zijn dan blijkbaar ook maatschappelijke ondernemingen mèt winstoogmerk.
Ook ik verlang soms terug naar de eenvoud van Frans Bergfeld: gewoon duidelijk onderscheid tussen collectief en privaat (met elk hun eigen waarde) en duidelijk in de wet vastleggen waar gemeenten zich t.a.v. bibliotheekwerk aan te houden hebben. Minstens een “level playing field” creëren voor alle soorten spelers en niet als OCW reppen van “niet-volwaardige bibliotheekvoorzieningen” (waaronder Karmac-bibliotheken) als je niet van plan bent er iets wezenlijks aan te doen (tabelletje pagina 18 beantwoording Kamervragen, 20 maart 2014). En  natuurlijk behoren non-profit-instellingen als bibliotheken efficiënt en effectief te zijn (zo zuinig als mogelijk is omgaan met belastinggelden).
Overigens vind ik veel interessanter dan de vraag of bedrijven winst mogen maken de vraag naar de (on)wenselijkheid van grote inkomensverschillen. The Economist signaleerde vorig jaar dat in vrijwel alle landen de Gini-coëfficiënt toeneemt  (Gini 0 = iedereen heeft in een land hetzelfde inkomen, Gini 1 = één persoon heeft alle inkomen, de rest heeft niets) en zag daar een groot maatschappelijk probleem in, waar de overheden (dus niet: bedrijven) iets aan moeten doen.

Tot slot: ik signaleerde eerder al eens een paar maal dat er rondom het bibliotheekwerk een hele korst zit van bedrijfjes en bedrijven die actief een graantje meepikken van alle vernieuwingen en veranderingen. Sommigen daarvan kennen we al jaren en horen eigenlijk (bijna) bij de branche. Er zijn zelfs draaideur-ondernemers: mensen die (een poosje) ergens in dienst waren van een bibliotheek en daarna bij een bedrijf(je) dat actief is op “de bibliotheekmarkt” (of zelf een bedrijfje gestart zijn). In de branche kennen we ze allemaal.
En sommigen kwamen later zelfs weer terug in dienst van een non-profit-bibliotheek.

Ap de Vries
9-4-2014 10:22
Een echte bibliotheekbranchediscussie! Bezig blijven met definitiekwesties... Laat ik daarom voor de fijnproevers nog een duit in het zakje doen.
Ik proef veel opinies en profileringsdrang. Waar aan voorbij wordt gegaan zijn de aspecten die een organisatie tot een maatschappelijke onderneming maken. Daarbij zijn 3 zaken van belang:
* de organisatie werkt met publieke middelen (door een overheid ter beschikking gestelde subsidie; dit i.t.t. tot een bedrijf dat werkt met privaat kapitaal van de eigenaar of investerende partijen);
* en werkt aan een publieke doelstelling c.q. een collectieve, sociaal-maatschappelijke meerwaarde > (die niet door de markt zelf op marktconforme basis geleverd kan worden);
* er is geen financieel winststreven en niet besteede middelen of verdiend geld gaat terug naar de overheid of mag worden besteed aan de versterking van de activiteiten binnen de overeengekomen doelstelling (en er is dus ook geen ondernemersrisico, "men werkt niet voor eigen risico").
Allerlei adviesbureaus - ook binnen onze branche - zijn dus geen maatschappelijke ondernemingen, alhoewel dat niet uitsluit ze zeer maatschappelijk verantwoord ondernemen en bijdragen aan het realiseren van maatschappelijke doelen, zels als ze dat doen vanuit een overheidsopdracht.   
Wim Keizer
10-4-2014 16:08
Omdat Frank Huysmans in z’n artikel “Commercieel bibliotheekwerk: doel heiligt middelen”, verschenen op z’n eigen blog www.warekennis.nl op m’n gastblog van Bibliotheekblad.nl reageerde, had ik m’n reactie zowel onder Franks blogbijdrage (http://warekennis.nl/wordpress/commercieel-bibliotheekwerk-doel-heiligt-middelen/)  als onder m’n eigen gastblog geplaatst.
Frank reageerde daar alleen op z’n eigen blog (8 april 12:16 uur) op.
Ik geef daar nog een korte reactie op, op beide plekken, dus hier en daar.

@Frank, ik ben het helemaal met je eens waar je schrijft dat het onzin is een bibliotheek een “onderneming” te noemen (sociaal, cultureel, maatschappelijk of anderszins). Ik ben er tegen bibliotheken “ondernemingen” (welk type ook) te noemen, want m.i. wekt het alleen maar verwarring.
Overigens snap ik wel een beetje de herkomst: er is sprake geweest van een wetsvoorstel over “maatschappelijke ondernemingen, maar dat is 23 januari 2013 ingetrokken, zoals de website van de Eerste Kamer vermeldt: http://www.eerstekamer.nl/behandeling/20130123/brief_regering_brief_houdende_3 . Het wetsvoorstel was omstreden. Er is op internet wel een en ander te vinden over “maatschappelijke ondernemingen”, zoals een brochure van VNO/NCW uit 2008, met als definitie: “De maatschappelijke onderneming is een privaatrechtelijke rechtspersoon net als alle ondernemingen. Zij realiseert maatschappelijke doelstellingen in wonen, zorg, welzijn en
onderwijs. De maatschappelijke onderneming staat in een bijzondere relatie tot overheden en de burgers zonder zich te richten op het maken van geldelijke winst. De winst die wordt
behaald, zit voor de maatschappelijke onderneming in het maatschappelijke rendement.”
Zie: http://www.vno-ncw.nl/SiteCollectionDocuments/PMO/discnota_symposiumpmo.pdf.
Ik geef er inderdaad de voorkeur aan dat non-profit-instellingen (en dus niet commerciële ondernemingen) met belastinggeld maatschappelijke, collectieve, publieke taken vervullen. Als commerciële partijen zich daartoe ook geroepen voelen en overheden met zulke partijen in zee gaan, ben ik voor een level playing field, zoals de VOB dat nastreeft op bibliotheekgebied. Eisen die de overheden stellen aan de bestaande non-profit-bibliotheken moeten ook gesteld worden aan commerciële partijen. Nu weet ik ook wel dat het voorstel-Stelselwet nauwelijks eisen stelt, maar dat is juist de reden dat ik al vaker heb geschreven: beter geen wet, dan deze slechte wet. Maar misschien zijn er los van de Stelselwet andere eisen waar bibliotheken aan moeten voldoen. Ik las dat de VOB daarnaar kijkt.

Nu jij het met me eens bent dat het onzin is een bibliotheek onderneming te noemen, snap ik niet waarom je het dan vervolgen struisvogelpolitiek noemt als ik zeg niet van “doen alsof” te houden en me liever in te zetten voor een publieke instelling die zich er niet voor schaamt gewoon publiek te zijn dan voor een zogenaamde “maatschappelijke onderneming” (waarbij ik dus niet bedoel een onderneming zoals de jouwe, maar een non-profit-bibliotheekinstelling die zich onderneming noemt).

@Ap, ik vind de 3 zaken die jij noemt om een instelling een “maatschappelijke onderneming” te noemen interessant. Wel vraag ik me af wat de bron is. Ik moet zeggen dat een onderneming zonder ondernemersrisico (derde sterretje) me geen echte onderneming lijkt. Ik denk ook niet dat de term “maatschappelijke onderneming” beschermd is. Dus denk ik dat ook adviesbureaus als WareKennis zich rustig zo mogen noemen. In de geest van Plasterk zouden ze zich echter misschien beter maar “sociale ondernemer” kunnen noemen, uiteraard als ze dat zelf handig vinden voor hun positionering.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie