HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Bussemaker: ´Inschakelen van commerciële partij bibliotheekwerk gemeentelijke verantwoordelijkheid´
20-03-2014
Minister Bussemaker van OCW heeft vandaag in antwoord op eerdere Kamervragen onder andere gezegd dat het al dan niet inschakelen van een commerciële aanbieder van bibliotheekwerk een gemeentelijke verantwoordelijkheid is.
´In algemene zin kan gesteld worden dat er in Nederland geen commerciële bibliotheken zijn. Dat wil zeggen: organisaties die zonder subsidie, tegen marktprijs, boeken (fysiek of digitaal) verhuren of uitlenen. In enkele gevallen komt wel de volgende situatie voor. Gemeenten willen dat voor hun inwoners een bibliotheek beschikbaar is en verstrekken een commerciële partij een budget om de gewenste diensten te leveren. Het bibliotheekwerk in de gemeente Waterland wordt op deze manier uitgevoerd. Indien aan de voorwaarden van het wetsvoorstel – zoals het vervullen van de vijf functies – wordt voldaan, past deze vorm binnen het Nederlandse openbare bibliotheekstelsel. De keuze voor de uitvoerder van het bibliotheekwerk is een gemeentelijke bevoegdheid en verantwoordelijkheid.´

Dat antwoordt minister Jet Bussemaker van OCW op vragen uit de Tweede Kamer over het voorstel-Stelselwet. Het staat te lezen in de ´Nota naar aanleiding van het verslag inzake Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen´, die de minister 20 maart naar de Tweede Kamer heeft gezonden.

In het 37 pagina’s tellende stuk gaat ze in op de Kamervragen en -opmerkingen. Gevraagd was o.a.: ´Hoeveel commerciële bibliotheekinitiatieven zijn er? Wat vindt de regering van deze commerciële ontwikkelingen naast of in plaats van de publieke voorzieningen?´

Geen overregulering
De minister laat blijken het niet eens te zijn met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) dat er sprake is van overregulering door het toevoegen van de functies ´ontmoeting en debat´ en ´kunst en cultuur´, met een risico van kostenopdrijving. Over de VNG-reactie zegt zij: ´Het is, naar het oordeel van de regering, onwaarschijnlijk dat dergelijke effecten zullen optreden. De tegenargumenten zijn betrokken bij het opnemen van de twee aanvullende functies. De hierboven beschreven vijf bibliotheekfuncties vinden hun basis in de Richtlijn basisbibliotheken die is opgesteld in overleg tussen de bibliotheekbranche (VOB) en de VNG. Zij zijn sinds 2010 onderdeel van het certificatieschema voor openbare bibliotheken. Vrijwel alle Nederlandse openbare bibliotheken zijn gecertificeerd en geven invulling aan deze vijf functies. Het verplicht stellen van deze vijf functies zal in de praktijk niet tot extra activiteiten of meerkosten leiden. De verplichting deze vijf functies aan te bieden geldt op het niveau van een bibliotheekorganisatie (de rechtspersoon), niet op het niveau van iedere afzonderlijke bibliotheekvestiging (de locatie). Dit betekent dat niet elke vestiging in een gemeente elk van de vijf functies hoeft aan te bieden. Gemeenten hebben grote vrijheid in de wijze waarop zij de functies invullen. Daarmee kunnen zij inspelen op de lokale behoeften en mogelijkheden. Dit past binnen het decentrale stelsel.´

Aanvullend
Over verhouding tussen de fysieke en de digitale bibliotheek zegt de minister:
´Het is evident dat technologische ontwikkelingen als internet en de digitalisering grote invloed hebben op het gedrag van mensen en op het functioneren van instituties. De openbare bibliotheek van nu ziet er anders uit dan de bibliotheek van 10 jaar geleden. De exacte richting van de ontwikkelingen is echter zeer moeilijk te voorspellen. Op grond van de hierboven beschreven ontwikkelingen en omstandigheden acht de regering het echter onwaarschijnlijk en onwenselijk dat de vijf bibliotheekfuncties binnen afzienbare termijn geheel langs digitale weg worden vervuld. De digitale bibliotheek en de fysieke bibliotheek vullen elkaar aan. Door middel van de digitale bibliotheek wordt ook de groep bereikt die alleen nog digitaal leest.´

Verbindende rol PSO’s
Bussemaker gaat ook uitvoerig in op vragen die gesteld zijn over het provinciale niveau (o.a. waarom het desbetreffende geld niet overgeheveld kan worden naar het Rijk of gemeenten).
Zij zegt: ´Het is juist dat bij overdracht of beëindiging van een wettelijke taak van de provincies door de fondsbeheerders (Ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Financiën) een uitnamebedrag bepaald kan worden, zij het dat in de meeste gevallen voorafgaand onderzoek naar de feitelijke uitgaven van provincies noodzakelijk is. In dergelijke gevallen treedt de regering ook in overleg met het Interprovinciaal Overleg (IPO). De regering is echter van oordeel dat een taakoverheveling hier niet wenselijk is. Het provinciale niveau functioneert naar behoren en biedt toegevoegde waarde in het fysieke domein, zoals bij het interbibliothecair leenverkeer. De provinciale ondersteuningsorganisaties nemen ook taken op zich die kleine organisaties niet efficiënt kunnen regelen. Uitvoering op provinciaal niveau levert hier financieel voordeel op. De regering geeft de voorkeur aan het in stand houden van een efficiënt geheel.
De provinciale ondersteuningsinstellingen vervullen ook een essentiële rol in de uitvoering van leesbevorderingsbeleid als schakel tussen het landelijke en lokale niveau: zij coördineren, brengen expertise in en ondersteunen lokale bibliotheken bij leesbevorderingsprojecten als de Nationale Voorleeswedstrijd (80.000 deelnemende basisscholieren), Pabo-voorleeswedstrijd, en bij de uitvoering van de structurele leesbevorderingsaanpak van de Bibliotheek op school. Provinciale ondersteuningsinstellingen zorgen ervoor dat de landelijke doelen lokaal op maat en met kwaliteit kunnen worden uitgevoerd. Zij investeren in middelen en mensen om tot een optimale dienstverlening te komen. Provinciale besturen moedigen dit aan door het verstrekken van subsidies waardoor de Bibliotheek op school versneld in de provincie kan worden ingevoerd. Provinciale ondersteuningsinstellingen vormen een verbindende rol tussen landelijk en lokaal bibliotheekwerk. Die rol is efficiënt en effectief. Ik zie daar geen rol voor het Rijk.
Sinds enige jaren is bij de provinciale ondersteuning van het bibliotheekwerk een proces van opschaling aan de gang. Er is één organisatie voor de provincies Zuid-Holland en Noord-Holland, één voor de provincies Gelderland en Overijssel en één voor de provincies Noord-Brabant en Limburg. Ik geef aan dit proces van onderaf de voorkeur boven een wettelijk opgelegde herindeling.´

Voor de volledige beantwoording: zie de nota van de minister.

Als de Kamer de beantwoording voldoende vindt, kan zij vaststellen wanneer de plenaire behandeling van het wetsvoorstel zal plaatsvinden.


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie