HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Toename aantal laaggeletterden
08-10-2013
Uit recent internationaal onderzoek blijkt dat Nederland het internationaal gezien weliswaar goed doet met een relatief klein aandeel laaggeletterden, maar tevens komt er uit naar voren dat het aantal laaggeletterden is gestegen ten opzichte van enkele jaren geleden.
Minister Bussemaker van OCW trekt deze conclusie vandaag in haar aanbiedingsbrief bij het rapport PIAAC: Kernvaardigheden voor werken en leven. Dit rapport is in opdracht van de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Economische Zaken opgesteld door het Expertisecentrum Beroepsonderwijs (ECBO) en het Researchcentrum Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA). Het rapport is gebaseerd op data die zijn verkregen in het kader van het Programme for the International Assessment of Adult Competencies (PIAAC). PIAAC is een grootschalig internationaal vergelijkend onderzoek naar het niveau en het gebruik van de kernvaardigheden van de bevolking van 16-65 jarigen in 22 deelnemende landen onder leiding van de Organisation of Economic Cooperation and Development (OECD).

PIAAC omvat drie zogenoemde kernvaardigheden: taalvaardigheid, rekenvaardigheid en probleemoplossend vermogen in digitale omgevingen. Het programma maakt het mogelijk de beheersing van vaardigheden van verschillende bevolkingsgroepen in Nederland in internationaal perspectief te plaatsen. De keuze voor taalvaardigheid, rekenvaardigheid en probleemoplossend vermogen als kernvaardigheden stoelt op een uitgebreide wetenschappelijke literatuur waarin wordt aangetoond dat deze de basis vormen voor een succesvolle economische en maatschappelijke participatie in de ontwikkelde economieën, aldus Bussemaker. De OECD heeft er vanwege het toegenomen belang van ict in ontwikkelde economieën daarnaast voor gekozen om probleemoplossend vermogen specifiek in digitale omgevingen te testen.

Bussemaker constateert in haar aanbiedingsbrief bij het rapport dat Nederland het internationaal gezien goed doet waar het gaat om de drie bovengenoemde kernvaardigheden. 'Wat betreft taalvaardigheden heeft Nederland de op twee na beste gemiddelde score. Alleen Japan en Finland scoren beter. Voor rekenvaardigheid nemen we de gedeelde tweede plek in (samen met Finland, Vlaanderen, Zweden en Noorwegen, hier scoort alleen Japan beter) en voor probleemoplossend vermogen bezetten we een gedeelde derde plek (met Australië, Zweden en Noorwegen, alleen Finland en Japan scoren beter). In alle gevallen zijn de gemiddelde scores voor ons land significant hoger dan het OECD-gemiddelde. De OECD concludeert dat Nederland samen met Japan, Finland, Noorwegen en Zweden een koppositie inneemt,' aldus Bussemaker.

'We zien duidelijke verschillen tussen mensen met hoge en lage niveaus van vaardigheden in Nederland en in de andere deelnemende landen. Mensen met een hoog niveau van kernvaardigheden zijn minder vaak werkloos, hebben vaker een vaste aanstelling, hebben vaker een hoog inkomen, zijn vaker actief in vrijwilligerswerk, hebben meer vertrouwen in de medemens en omschrijven hun gezondheidstoestand vaker als uitstekend of zeer goed,' aldus Bussemaker in de brief.

Internationaal gezien doet Nederland het dus relatief goed, maar toch is er ook reden voor zorg. Zo neemt het aantal laaggeletterden toe. Bussemaker schrijft hierover in haar brief:  'Ondanks de blijvende inspanning om het taal- en rekenniveau in het initiële onderwijs te verhogen is er een groep die op achterstand blijft staan. De groep die op het laagste niveau van taalvaardigheid scoort is weliswaar in internationaal perspectief relatief klein, maar is wel gestegen ten opzichte van enkele jaren geleden. Het kabinet is van mening dat achterstanden zo vroeg mogelijk aangepakt dienen te worden, zelfs al voor gestart wordt met het initiële onderwijs. Voor peuters met een risico op taalachterstand is er daarom voorschoolse educatie, waarbij zij extra begeleiding krijgen en spelenderwijs de taal leren. Daarnaast zijn er schakelklassen en krijgen scholen met achterstandsleerlingen via de zogenaamde gewichtenregeling en via het impulsbedrag extra middelen om onderwijsachterstanden weg te werken.' 

De onderzoekers stellen dat op dit moment in Nederland 1,3 miljoen mensen laaggeletterd zijn en 1,5 miljoen mensen laaggecijferd. In de laatste 17 jaar is een toename te zien van het aantal laaggeletterden (vijf jaar geleden nog 1,1 miljoen). 12% van de Nederlanders kan als laaggeletterd worden aangemerkt. Het percentage laaggeletterden onder 16-65-jarigen is in de afgelopen zeventien jaar gestegen van 9,4% in 1994 naar 12% in 2012. Het percentage laaggeletterden is significant toegenomen onder de groep 45-54-jarigen. Laaggeletterden zijn sterk oververtegenwoordigd onder eerste generatie allochtonen: meer dan een derde van deze groep is laaggeletterd. Het percentage laaggeletterden onder tweede generatie allochtonen is echter slechts 0,8 procentpunt hoger dan onder autochtonen. Verder zijn vooral onder de groep ouderen, mensen zonder startkwalificatie en langdurig werklozen laaggeletterden oververtegenwoordigd.

De onderzoekers concluderen in het rapport verder onder andere: 'Bijna 1,8 miljoen mensen in Nederland presteren hetzij laag op taalvaardigheid hetzij laag op rekenvaardigheid. Ruim de helft daarvan, bijna 1 miljoen, scoort laag op beide gebieden.'

Uit het PIAAC-onderzoek blijkt dat 97% van de volwassen Nederlanders wel eens een computer heeft gebruikt. Een kleine groep mensen in Nederland – 3% oftewel 330.000 mensen – gebruikt nooit een computer. 'Kortom: in Nederland blijven relatief heel weinig mensen achter op het gebied van computergebruik. Deze zeer kleine groep mensen wordt echter wel geconfronteerd met een dubbele achterstand: ze missen ict-vaardigheden én presteren op het gebied van kernvaardigheden aan de onderkant,' aldus de onderzoekers.  Maar, zo voegen ze er aan toe: 'Ten slotte zijn niet alle laaggeletterden digibeet: zo’n 87% van de laaggeletterden gebruikt wel eens een computer, al wordt deze voornamelijk gebruikt voor eenvoudige zaken als e-mail en internetbankieren. Tekstprogramma’s en spreadsheets worden veel minder gebruikt. Niettemin kan de computer een belangrijke rol spelen bij het bereiken van laaggeletterden.'
Voor lager opgeleiden is computer- en internetgebruik meer consumptief van aard en met name gericht op vermaak en downloaden. Mensen met hogere opleidingsniveaus kennen een meer functioneel computergebruik, gericht op het vinden van informatie, op communicatie en diensten.

Het PIAAC-onderzoek is onder leiding van de OESO uitgevoerd in 24 landen. In Nederland hebben ruim 5100 mensen tussen 16 en 65 jaar meegedaan aan het onderzoek.

Voor de aanbiedingsbrief van minister Bussemaker, zie hier (pdf). De volledige tekst van het rapport ‘PIAAC: Kernvaardigheden voor werk en leven’ is hier te lezen.


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie