HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
SIOB-vervolgonderzoek gemeentelijke bezuinigingen: effecten groter dan verwacht
09-06-2011
In de periode 2012 – 2014 krijgt 88% van de bibliotheken te maken met gemeentelijke bezuinigingen en de effecten daarvan zijn groter dan verwacht, zo wordt onder andere geconcludeerd in het vervolgonderzoek Gemeentelijke bezuinigingen op openbaar bibliotheekwerk, uitgevoerd door Johanna  Kasperkovitz in opdracht van het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB)
Uit het onderzoek komt naar voren dat de hoogte van de bezuinigingen sterk verschilt per gemeente en dat de bibliotheken ieder op hun eigen manier de bezuinigingen het hoofd bieden. 
In de periode 2012 – 2014 krijgt 88% van de bibliotheken te maken met gemeentelijke bezuinigingen, waarbij de bibliotheken gemiddeld een teruggang in subsidie verwachten van 9,1 %. 15% van de bibliotheken krijgt voor de periode 2012-2014 naar verwachting te maken met een bezuiniging van meer dan -15%. Daarvan hebben zeven bibliotheken een bezuiniging van meer dan -25% en een bibliotheek zelfs bijna -70%. Bibliotheken in de provincies Gelderland, Overijssel, Flevoland en Zeeland worden in deze periode gemiddeld het zwaarst getroffen door de bezuinigingen.

Instapniveau
Uit de enquête komt naar voren dat in 2010 11% van de bibliotheken onder het instapniveau gefinancierd werd. Door de bezuinigingen komt in de periode 2011-2014 naar verwachting 24% van alle bibliotheken onder het instapniveau. Vooral grote en middelgrote basisbibliotheken in landelijke gebieden met kleine kernen zullen de komende jaren met hun subsidie tot onder het instapniveau dalen. In 2014 wordt naar verwachting 40% van de bibliotheken in landelijke gebieden met kleine kernen onder het instapniveau gefinancierd.

Effecten
Wat het SIOB opvalt is dat de effecten van de bezuinigingen groter zijn dan verwacht. De bezuinigingen leiden bij veel bibliotheken tot een kleiner aantal volwaardige vestigingen, tot een vermindering van openingsuren, tot minder personeel en een kleinere collectie. Mogelijk is dit te wijten aan de verwachte piek in subsidievermindering in 2012, aldus het SIOB. Bibliotheken lijken te anticiperen op het doorzetten van gemeentelijke bezuinigingen in de jaren daarna.
Bijna de helft (46%) van de bibliotheken offert in meer of mindere mate vestigingen op om de kwaliteit in de centrale hoog te kunnen houden. Tegelijkertijd probeert 30% van de bibliotheken juist zoveel mogelijk vestigingen open te houden om de spreiding zo breed mogelijk te houden. 38% van de bibliotheken vervangt bemenste vestigingen door servicepunten of automaten.

Bijna de helft van de bibliotheken (45%) wil taken die niet rechtstreeks met lezen en leesbevordering te maken hebben alleen nog aanbieden als daar externe financiering voor beschikbaar is. 36% van de bibliotheken kiest er zelfs in meer of mindere mate voor om taken die niet rechtstreeks met lezen en leesbevordering te maken hebben af te stoten.

Conclusie
Het onderzoek concludeert dat het er op lijkt dat de bezuinigingen leiden tot meerdere en verschillende verschijningsvormen van de bibliotheek. Sommige bibliotheken keren terug naar de kernfunctie ‘lezen en leesbevordering’. De ingezette verbreding van de kernfuncties zoals kennis en informatie, ontwikkeling en educatie, kunst en cultuur, ontmoeting en debat’ gaat daarmee teniet. Een andere groep legt zich toe op de educatie en mediaontwikkeling en zet in op digitale media. Leesbevordering wordt hier verbreed naar mediawijsheid. Zo ontstaan er in een bibliotheeklandschap dat sterk uitdunt zeer verschillende verschijningsvormen van ‘de bibliotheek’. De inhoudelijke invulling van die bibliotheken zal vooral afhankelijk zijn  van lokale keuzes en de beschikbare financiële middelen. De herkenbaarheid van het ‘merk’
bibliotheek zal sterk afnemen. Landelijke kwaliteitsbewaking aan de hand van gezamenlijk vastgestelde certificeringsnormen zal steeds moeilijker worden.

Aanbevelingen
Het onderzoek geeft ook enkele aanbevelingen:
  • Om de herkenbaarheid van openbaar bibliotheekwerk overeind te houden en kwaliteitsbewaking ook in de toekomst mogelijk te maken, zou het zinvol zijn om tegenover de dreigende versnippering van bibliotheekwerk een krachtige landelijke impuls te zetten. Het is aan te bevelen dat de landelijke organisaties (VOB, SIOB en BNL) gezamenlijk een standpunt innemen wat het ‘merk’ bibliotheek onder deze nieuwe, schaarsere omstandigheden minimaal zou moeten inhouden.
  • Het verdient aanbeveling om systematisch en landelijk na te gaan aan welke nieuwe en aanvullende vormen van informatievoorziening behoefte bestaat en te bezien in hoeverre ook deze een kerntaak van de bibliotheek zouden kunnen zijn, omdat de vraag is of de keuze van veel bibliotheken om zich te beperken tot de kerntaak lezen en leesbevordering de bibliotheek voor de toekomst levensvatbaar houdt.
  • Het risico bestaat dat bibliotheekvoorziening op het platteland grotendeels verdwijnt. Het is aan te raden om als bibliotheeksector te investeren in landelijk ontwikkelde concepten waarmee bibliotheken op een betrekkelijk goedkope manier toch hoogwaardige informatie kunnen aanbieden.
  • Gezien het tempo waarin er vestigingen gaan verdwijnen is het van belang dat de landelijke ontwikkeling van digitale informatievoorziening ook in hoog tempo plaatsvindt en de ontwikkelde concepten voor iedereen (juist ook voor bibliotheken met weinig financiële middelen) toegankelijk zijn.
  • Door de bezuinigingen dreigt de maatschappelijke functie van de bibliotheek uit het oog verloren te raken. In een tijd waarin de samenleving steeds verder individualiseert en zelfs sociale contacten vaak al digitaal bijgehouden worden zou de bibliotheek bij uitstek een plek kunnen zijn waar het vinden van informatie gecombineerd kan worden met een aangenaam verblijf, ontmoeting van andere mensen, culturele inspiratie en integratie in de eigen buurt. Juist op deze functies, die tot voor kort als kerntaken en als focus voor vernieuwing gezien werden, kan de bibliotheek een streepje voor hebben op andere aanbieders van informatie (zoals het internet). Het is aan te bevelen om deze aspecten niet aan de bezuinigingen op te offeren, zo stelt het onderzoek

Het onderzoek vond plaats middels een webenquête onder alle basisbibliotheken. 68% van alle basisbibliotheken heeft deelgenomen aan de enquête. De bibliotheken die hebben deelgenomen aan de enquête hebben in totaal te maken met 295 subsidiërende gemeenten, wat overeenkomt met 71% van alle Nederlandse gemeenten.

Het onderzoek Gemeentelijke bezuinigingen op openbaar bibliotheekwerk, is een vervolg op het eerdere onderzoek Een krimpend perspectief. Hierover verscheen in Bibliotheekblad nr. 19/20, 2010 een artikel (PDF), waarin nader in wordt gegaan op de belangrijkste uitkomsten en conclusies.

Het hele onderzoek is te vinden op de SIOB-website.



Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie